Not #metoo (over een veilige werkomgeving)
Er is al heel wat gezegd en geschreven over “me too”, over onveilige situaties. In de media, maar ook in onze Unie-ABC gemeenschap. Wat betekent het concreet voor jouw voorgangerschap? Het is toch bekend… en toch gaat het wel eens mis en worden grenzen overschreden.
In deze bijdrage twee concrete reminders, in video en tekst, omdat je er niet vaak genoeg bij stil kunt staan om jezelf en de gemeente van Jezus Christus te beschermen.
De eerste bijdrage is een korte video in de Unie-ABC app door Jaap Ketelaar. Je kunt die vinden in de groep Leiderschap, aflevering 11 van 12 februari 2026.
De tweede bijdrage is een mooi overzicht van gedragsregels die BG Op Doortocht Ede heeft opgesteld om binnen het bredere leiderschap te delen en bespreken. We mogen die met toestemming verspreiden en desgewenst mag je ze ook in de eigen gemeente delen. Een mooie samenvatting van veilig werken in de gemeente.
Gedragscode voor leiders
In deze tekst gebruiken we het woord ‘leider’ als algemene term. Dit kan ook betekenen: voorgangers, kerkelijk werkers, oudsten, taakveldleiders, jeugdleiders etc. Waar ‘hij/zijn’ staat, kan ook ‘zij/haar’ gelezen worden.
Met het volgen van deze gedragscode zorgt de leider voor een veilige en respectvolle omgeving binnen de gemeente.
De Bijbel geeft duidelijke richtlijnen over hoe leiders om moeten gaan met macht, geld en relaties. Helaas zijn er ook binnen de kerken situaties geweest van machtsmisbruik, manipulatie, fraude en seksueel misbruik. Dit document is opgesteld om zulke misstanden te voorkomen en ervoor te zorgen dat leiders zich bewust zijn van hun verantwoordelijkheid. Door deze gedragscode te accepteren, worden leiders aanspreekbaar gemaakt op hun gedrag en wordt duidelijk hoe zij zich horen te gedragen binnen hun werk. Het doel is een veilige en respectvolle omgeving te waarborgen.
1. Algemeen
1.1 Leven als volgeling van Jezus Christus
Een leider leeft als volgeling van Jezus Christus, dicht bij God. Hij moet altijd aanspreekbaar zijn op wat er in de Bijbel staat.
1.2 Betrouwbaarheid en eerlijkheid
Een leider moet betrouwbaar en eerlijk zijn in zijn relatie met God en in alle relaties met anderen. Hij geeft hierin een goed voorbeeld.
1.3 Respect en zorg voor iedereen
Een leider behandelt alle mensen op een eerlijke manier, met respect en zorg
2. Relaties binnen de gemeente
2.1 Rol in relaties
Een leider gaat zorgvuldig om met het verschil in functionele- en privérelaties. Hij zal daarbij altijd de nodige onafhankelijkheid van mensen bewaren en zijn verantwoordelijkheid tegenover hen en de Here God in het oog houden.
2.2 Duidelijke grenzen in vertrouwensrelaties
Een leider zorgt ervoor dat er duidelijke grenzen zijn in vertrouwens- en gezagsrelaties. Hij beschermt zichzelf en anderen door deze grenzen te bewaken.
2.3 Respect voor de integriteit van anderen
Een leider respecteert de fysieke en geestelijke integriteit van anderen. Hij is zich bewust van de macht die zijn positie met zich meebrengt en maakt geen misbruik van de afhankelijkheid of kwetsbaarheid van mensen die aan hem zijn toevertrouwd.
2.4 Respect voor eigen keuzes
De houding van de leider tegenover de ander is gebaseerd op respect voor de persoon en erkenning van zijn verantwoordelijkheid voor de eigen keuze van handelen.
2.5 Geen seksuele toenadering
Een leider mag nooit seksuele toenadering zoeken of intimidatie plegen tegenover iemand die aan hem is toevertrouwd. Dit geldt ook als de ander ermee instemt of zelf het initiatief neemt. Hieronder vallen woorden, gebaren of handelingen die affectieve en/of seksuele gevoelens kunnen opwekken, evenals seksuele handelingen.
2.6 Geen omkoping of onredelijke giften
Een leider mag zich niet laten omkopen of erfenissen aannemen vanwege zijn positie. Hij mag alleen giften accepteren als hij deze echt nodig heeft voor zijn levensonderhoud en moet daarover verantwoording afleggen. Geldelijke giften moet hij doorgeven aan de raad en bij twijfel over een waarderingsgeschenk bespreekt hij dit hen.
2.7 Terughoudendheid bij het geven van geschenken
Een leider moet voorzichtig zijn bij het geven van geschenken, omdat dit de wederzijdse onafhankelijkheid kan schaden. Een blijk van waardering is wel toegestaan.
2.8 Geen misbruik van macht of manipulatie
Een leider mag geen misbruik maken van zijn positie en mag geen manipulatie gebruiken. Manipulatie betekent dat je iemand bewust of onbewust gebruikt om er zelf beter van te worden, bijvoorbeeld door macht te tonen of subtiele beïnvloeding.
2.9 Vertrouwelijkheid en privacy respecteren
Een leider behandelt alle informatie die hij ontvangt vertrouwelijk, tenzij de wet hem verplicht om melding te maken of de veiligheid in het geding is. Hij beschermt de privacy van anderen.
2.10 Handelen zonder toestemming
Een leider mag alleen handelen zonder toestemming van een ander als die persoon niet in staat is om zelf beslissingen te nemen of als het levensbelang van anderen ernstig wordt bedreigd. Hij moet dit altijd bespreken met andere leiders of deskundigen en zoveel mogelijk verantwoording afleggen aan de betrokken persoon.
2.11 Conflicten oplossen met vrede en wijsheid
Bij conflicten binnen de gemeente streeft een leider naar vrede. Hij zoekt een balans tussen openheid en vertrouwelijkheid en stelt zich meervoudig partijdig op. Past indien noodzakelijk hoor en wederhoor toe. Hij kan in eerste instantie hulp inschakelen van vertrouwenspersonen en zo nodig bij de regiocoördinator van de Unie-ABC. Deze mogen geen eigen belang hebben in het conflict.
2.12 Eigen betrokkenheid bij conflicten
Als een leider zelf betrokken is bij een conflict, moet hij streven naar een vreedzame oplossing. Hij kan hulp inschakelen van de vertrouwenspersonen van de gemeente, Unie-ABC of SEM.
3. Samenwerking
3.1 Respect voor de bijdrage van anderen
Een leider erkent de waarde van de inzet en kwaliteiten van de mensen met wie hij samenwerkt.
3.2 Voorzichtig omgaan met informatie
Een leider deelt alleen informatie over anderen als dat nodig is om het doel van de samenwerking te bereiken. Hierbij houdt hij rekening met vertrouwelijkheid en privacy.
3.3 Vertrouwelijkheid in samenwerking
Een leider houdt vertrouwelijke zaken die hij tijdens samenwerking te weten komt geheim, behalve als er sprake is van ernstige misstanden. In dat geval moet hij overleggen met een van de raadsleden voordat hij actie onderneemt.
4. De verhouding tussen de leider en de gemeente
4.1 Regels en afspraken naleven
Een leider accepteert de regels en afspraken van de eigen gemeente. Hij gebruikt deze als basis voor zijn werk.
4.2 Omgaan met kritiek
Als een leider kritiek heeft op de gemeente volgt hij de interne regels en procedures. Alleen bij ernstige problemen, waarbij het nodig is om naar buiten te treden of aangifte te doen, mag hij hiervan afwijken.
4.3 Vertrouwelijke informatie na beëindiging van werk
Ook als een leider stopt met zijn werk of functie, blijft hij zorgvuldig omgaan met vertrouwelijke en persoonlijke informatie die hij heeft gekregen.
4.4 Klacht tegen de leider
Als er een klacht wordt ingediend tegen een leider bij de klachtencommissie van de Stichting Evangelisch Meldpunt (SEM), overlegt de leider samen met de raad. Samen beslissen ze of de leider kan blijven werken tijdens het onderzoek.
5. Gedrag naar collega's of medeleidinggevenden
5.1 Collegiale houding
Een leider stelt zich vriendelijk en behulpzaam op tegenover iedereen die in dienst staat van het evangelie. Hij doet zijn best om de eenheid in Christus te bewaren.
5.2 Openstaan voor feedback en hulp
Een leider accepteert de structuur voor intervisie en supervisie die door de gemeente is ingesteld. Intervisie en supervisie zijn manieren om leiders te begeleiden en te helpen groeien in hun werk. Intervisie draait om samenwerken en leren van collega's, terwijl supervisie gaat over begeleiding door een deskundige.
Een leider staat open voor feedback en correctie van anderen en vraagt, als dat nodig is, om (pastorale) hulp.
5.3 Geen openbare kritiek op collega's
Een leider uit geen kritiek op het werk van collega’s in het openbaar. Als hij geruchten hoort over kritiek op een collega, stelt hij zich terughoudend op.
5.4 Omgaan met zonde of fouten van collega's
Als een leider hoort dat een collega of medeleider een fout heeft gemaakt of zondigt, handelt hij volgens het principe uit Mattheüs 18:15-22. Dit betekent dat hij de betrokken persoon hier eerst persoonlijk op aanspreekt, voordat verdere stappen worden ondernomen.
5.5 Ruimte geven aan opvolgers
Als een leider zijn functie neerlegt, geeft hij zijn opvolger de vrijheid om het werk op zijn eigen manier uit te voeren.
Dit is de vijfde in een serie artikelen over samenwerking tussen voorganger en raad, op basis van een eerder Unie-ABC document met praktische “richtlijnen voorgangers”.
Geplande artikelen:
- De raad wordt je gegeven (over tijdig investeren in de relatie)
- Hoe is je arbeidsrelatie? (over werknemerschap en zaken goed regelen)
- In de raadsvergadering (over de positie van de voorganger in de raad)
- Fris en gezond blijven (over balans en geestelijk voedsel)
- Not #metoo (over een veilige werkomgeving)
- In conflict met raad of gemeente (over omgaan met pittige weerstand)
Iets gemist? (ruimte voor aanvullend onderwerp, op basis van vragen uit de Aquilae gemeenschap: mail tips naar