Grotere werken dan Jezus?
In dit seizoen preek ik in onze gemeente over gebed. Een belangrijke vraag bij gebed en geloof is de vraag naar de verhoring van gebed. Of juist naar het uitblijven van die verhoring. Laten we eerlijk zijn; we hebben allemaal die ervaring dat we niet hebben ontvangen wat we vroegen. En die ervaring (afhankelijk van de nood waarin we zaten) kan vragen over God of zelfs een geloofscrisis opleveren. Een belangrijke oorzaak voor die vragen of crisis komt op uit die teksten die verhoring van gebed beloven. In het bijzonder zien we grote beloften voor wie bidt in het evangelie van Johannes. Ik denk bijvoorbeeld aan Johannes 14:12-14 (HSV) waar Jezus zegt:
12 Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wie in Mij gelooft, zal de werken die Ik doe, ook doen, en hij zal grotere doen dan deze, want Ik ga heen naar Mijn Vader. 13 En wat u ook zult vragen in Mijn Naam, dat zal Ik doen, opdat de Vader in de Zoon verheerlijkt zal worden. 14 Als u iets vragen zult in Mijn Naam, Ik zal het doen.
Wie de tekst snel leest kan gemakkelijk de indruk krijgen dat Jezus een algemene belofte van gebedsverhoring presenteert die ongeacht de situatie van de bidder zonder enige voorwaarde zal worden ervaren. Niets is echter minder waar. Weliswaar spreekt Jezus over een breed scala aan verzoeken: ‘wat u ook zult vragen’. En geeft Hij een geweldige belofte: ‘Ik zal het doen’. Toch is zijn uitspraak niet onvoorwaardelijk. Er klinken maar liefst twee voorwaarden die nauw met elkaar verbonden zijn.
Twee voorwaarden
In de eerste plaats moet er ‘in Mijn Naam’ gebeden worden. In het Joodse denken wordt de naam als synoniem gebruikt voor het wezen van een persoon, het staat voor zijn of haar karakter. Jezus geeft hier dus een beperking op het gebed dat zal worden verhoord, het moet in lijn zijn met zijn karakter, met zijn persoon. In deze tekst kunnen we misschien beter zeggen: ‘met zijn missie’. Jezus neemt in Johannes 14-16 namelijk afscheid van de leerlingen en spreekt over zijn missie die ondanks zijn afwezigheid zal verder gaan. Hij staat garant voor de continuïteit van zijn missie, al is Hij er straks, na zijn sterven en opstanding, op een andere manier op betrokken.
In de tweede plaats moet het bij de vragen van gelovigen gaan om de verheerlijking van de Vader. Niet onze persoonlijke wensen en begeerten zullen steevast worden vervuld wanneer we bidden, maar onze verlangens naar de voortgaande missie van Jezus waarin het gaat om de eer van de Vader zullen worden vervuld. Dat is wat Jezus hier belooft. Zo gaat het werk van Jezus, tot eer van God de Vader door, zelfs als Jezus niet op aarde is. Het is de belofte voor ons vandaag, de kerk van Jezus Christus.
Werken die groter zijn
In dat licht kunnen we ook begrijpen wat Jezus bedoelt met werken die groter zijn dan die van Hem. Door de eeuwen heen zijn er altijd mensen die hebben gedacht dat het moest gaan om wonderen en tekenen zoals Jezus die deed. Maar nooit is er in de geschiedenis sprake geweest van iets dat de vermenigvuldiging van het brood, het lopen over het water, de genezing van de blindgeborene of de opwekking van Lazarus heeft overtroffen. Daar had Jezus het dus niet over. Hij had het over een wonder dat groter is dan al die zaken, Hij sprak over de wedergeboorte. In en door de gelovigen wordt het werk van Jezus verdiept en vinden mensen meer dan brood, meer dan genezing of opstanding van het lichaam. Ze vinden in Jezus Christus genezing van hun ziel, het perspectief op een verheerlijkt lichaam en een eeuwig leven. Ze vinden vrede met God. Hoe groot is dat?
Laten we daarom ons gebed steeds afstemmen op dat wat groter is dan alle wonderen die Jezus in zijn aardse leven heeft gedaan, overtuigd dat Jezus ons dat zal geven, tot eer van onze Vader.
Gijs de Bree is bestuurslid bij Unie-ABC en voorganger bij BG Ontmoeting Arnhem-Zuid.




