Terug naar hoofdinhoud

Vertraag, verwonder, vier!

Terwijl de espressokop zich langzaam vult, ruim ik alvast de ontbijttafel af. Op het perron, wachtend op de trein, oefen ik Griekse woordjes in een app – handig voor mijn theologiestudie. De agenda staat vol afspraken die naadloos in elkaar overlopen. Efficiënt en doeltreffend. 

Lees verder

Be Good

De meesten van ons hebben maar een kleine cirkel van invloed. Zo noemde Steven Covey de dingen waar we iets aan kunnen veranderen, waar we invloed op hebben. Onze cirkel van betrokkenheid is daarentegen heel groot. Dat zijn de dingen waar we ons druk om kunnen maken, maar waar we geen invloed op hebben. Die cirkel omvat regelmatig zo'n beetje de hele wereld, als we nieuws horen en zien over klimaatverandering, oorlogen, racisme, femicide, verslaving, ontkerkelijking of mentale gezondheid. Aan al die grote problemen kunnen we meestal maar heel weinig doen of zelfs helemaal niets. Andersom doen die problemen wel iets met ons: ze maken ons somber, gefrustreerd, moedeloos of vertwijfeld. Om dat te voorkomen, laten we het nieuws liever voor wat het is. Ze laten soms ook ons geloof niet onberoerd, we vragen ons af wat God eraan doet. Zijn cirkel van invloed is tenslotte zoveel groter dan die van ons, voor God valt de hele wereld wél onder zijn invloed.

Soms kun je wel iets doen. Dat dacht in ieder geval Mark Ruffalo, een bekende Amerikaanse acteur. Tijdens de uitreiking van de Golden Globes droeg hij een button op zijn revers met de woorden 'Be Good'. Een verwijzing naar Renee Good, de 37-jarige vrouw die op 7 januari in Minneapolis werd doodgeschoten door een agent van ICE, de handhavingsdienst op het gebied van immigratie in de VS. Toen Ruffalo werd geïnterviewd over waarom hij die button droeg, gaf hij ongezouten kritiek op president Trump. Een moment om invloed uit te oefenen, met een klein cirkeltje op zijn smoking en met woorden. Als bekende acteur, met TV-camera's op je gericht, heb je best een beetje invloed. Het staat je goed als je je op zo'n moment uitspreekt in plaats van te zwijgen. Toch valt het tegen, de invloed die je meent te hebben. Binnen een half uur kreeg Ruffalo, naast veel steunbetuigingen, een storm van kritiek over zich heen. Wat zijn woorden hebben uitgewerkt, valt nog te bezien.

Terug naar Gods cirkel van invloed. God heeft alle macht, Hij stoot heersers van hun troon, Hij geeft geringen aanzien, overlaadt wie honger heeft met gaven en stuurt rijken weg met lege handen. (Lucas 1:52-53). Wat zouden we graag willen dat God ingrijpt in al die situaties die onze macht te boven gaan. Toch lijkt God vaak de weg te kiezen van kleine cirkeltjes van invloed. Hij begint vaak iets nieuws met één mens, één situatie, één vraag met een beslissend antwoord. Neem Sara, de vrouw van Abraham. Ze lacht als ze hoort dat ze op haar hoge leeftijd een zoon zal krijgen. Toch kiest ze ervoor om de zwangerschap te ontvangen en haar bijdrage te leveren aan het ontstaan van Gods volk. Of neem Maria, de moeder van Jezus. De zwangerschap die haar te wachten staat, zal niet haar schande wegnemen, zoals bij de tot dan toe onvruchtbare Sara, maar zal haar juist schande opleveren, als ongetrouwde vrouw. Maar ze stelt zich beschikbaar en levert haar bijdrage aan de komst van de Messias. Kleine cirkeltjes van invloed, waar God iets schept wat menselijk gezien onmogelijk is.

Onze cirkel van betrokkenheid is groot, misschien wel veel te groot. Die kan ons afleiden van onze kleine cirkel van invloed. We hoeven niet onze ogen te sluiten voor alles wat er om ons heen gebeurt. Laten we wakker blijven en hoopvol blijven uitzien naar de dag waarop God zijn invloed zal aanwenden en alles goed zal maken, als Jezus terugkomt. Tot die tijd mogen wij onze geringe invloed laten gelden, binnen de cirkel die God ons geeft, daar waar wij keuzes kunnen maken. Daarin kunnen we kleine dingen doen, iets betekenen voor enkele mensen om ons heen, of soms wat meer mensen. Dat geldt voor ons persoonlijk en voor ons als gemeente. Doen zoals Jezus ons leert. Of we daarmee nu lof oogsten of afkeuring. Be good.

Geertje Plug is bestuurslid bij Unie-ABC en voorganger bij BG Harderwijk. 

Drie grote vragen die onze toekomst veranderen

In een eerdere blog, noemde ik al de berichten in de media over de indrukken die uit onderzoek komen van jongeren die meer openstaan voor geloof en religie. Daar wil ik graag verder bij aansluiten. Deze beweging wordt voorzichtig herkent in de praktijk van jeugdwerkers in de kerk. Er is wat in beweging en willen we als kerk ook getuigen zijn van het enorme goede nieuws van Jezus Christus voor de toekomst die voor ons ligt, dan is het noodzaak hierbij aan te sluiten. Ons getuigenis zit in onze eenheid (Joh.17:21). Alle reden dus om dankbaar te zijn met deze beweging om met elkaar dichter naar Christus te groeien.

Maar hoe kunnen we als kerk aansluiten bij deze jongeren die op zoek zijn?

Vanuit de bril van ‘Samen Jong’ willen we kijken naar een gemeente waarin alle generaties samen kunnen optrekken. De eenheid is hierin een belangrijke drijfveer. Alle zes kernwaarden zijn hier een bijdrage aan. Één van de zes kernwaarden is ‘hart voor jongeren hebben’ en daarin lees je over het leren kennen van de jongeren in de gemeente en daarbuiten.

In de praktijk - waarin ik met diverse gemeenten in gesprek ging over Samen Jong - groeide de behoefte bij gemeenten om dan ook echt in gesprek te gaan met de jongeren zelf. Een mooi voorbeeld hiervan is Baptistengemeente Arnhem-Zuid die na de voorbereiding en de avond over Samen Jong tegen mij uitsprak: "volgens mij moeten we eerst maar eens naar de jongeren zelf gaan luisteren." En zo organiseerden zij gesprekken.

Mijn ervaring (en ook mijn doel) is: ga met jongeren in gesprek en je leert niet alleen de jongeren kennen. Je leert ook jezelf kennen. En nog mooier: je leert God kennen.

‘Ik verzeker jullie: als je niet verandert en wordt als een kind, dan zul je het koninkrijk van de hemel zeker niet binnengaan. Wie zichzelf vernedert en wordt als dit kind, die is de grootste in het koninkrijk van de hemel. En wie in mijn naam één zo’n kind ontvangt, die ontvangt Mij. Mat.18:3-5

In gesprek met jongeren

Eigenlijk is waarderende aandacht en interesse de belangrijkste houding in het gesprek1 . Dan ben je positief uitnodigend en wil je graag alles horen en alles weten en liefst ook meevoelen. En niet alleen wat zij zeggen, maar ook wat ze tussen de regels zeggen, wat hun lichaamstaal zegt en ook wat ze niet zeggen.

Goede vragen doen er ook toe. Open vragen die gericht zijn op waar jongeren veel mee bezig zijn kunnen dan helpen. Zo kom ik aan bij de 3 grote vragen die onze toekomst veranderen. De drie vragen die jongeren bezighouden zijn2

  • Wie ben ik?
  • Wat is mijn plek of waar hoor ik bij? 
  • Welk verschil maak ik in mijn omgeving - de wereld? 

Deze vragen worden genoemd in het boek Samen Jong, maar een oplettende lezer zal deze vragen herkennen als drie vragen die verwijzen naar de drie basisbehoeften in de psychologie van Deci & Ryan: autonomie, relatie en competentie. En ook zij zijn niet origineel. De eerste behoeften (autonomie & relatie) gaan verder terug in het onderzoek naar de diepste menselijke drijfveren. En als je de Bijbel vanuit deze vragen leest, dan zal het ook een feest van herkenning kunnen worden. Het zijn dus vragen en verlangens die we allemaal herkennen en daarom zijn het ook vragen die alle generaties met elkaar kunnen verbinden. Daarom is het mijn overtuiging dat het vragen zijn die God ons geeft.

‘…want het is God, Die in u werkt zowel het willen als het werken, naar Zijn welbehagen.’ Fil.2:13 HSV

Praktische uitwerking

 Baptistengemeente Arnhem-Zuid had het verlangen om met jongeren in gesprek te gaan. Zij wilde hiervoor gesprekken organiseren, maar door de corona-beperkingen werden dit interviews die op afstand konden plaatsvinden. Op die manier zijn zij de reis met de jongeren begonnen.

Je kunt deze gesprekken dus op vele manieren organiseren. Dat kan één op één, in groepjes, via de jeugdgroepen en het kan ook via een jeugdraad, zoals sommige kerken dit hebben gedaan. Je hoort het meest van jongeren wanneer je de groepen klein, informeel en overzichtelijk houdt. Veiligheid is dan een belangrijk aandachtspunt. Creëer een veilige ontspannen ruimte voor een open gesprek. Eten en drinken is ook belangrijk. In een gemeente waar ik regelmatig kom, maakte de voorganger hierbij de sfeer met friet en frikandellen.

De drie vragen

Rondom deze drie grote vragen van de jongeren is er veel te vertellen. Misschien is de belangrijkste vraag van veel jongeren op dit moment wel: ‘wie ben ik?’. In de gesprekken met jongeren zul je ontdekken dat de genoemde drie vragen ook sterk met elkaar samenhangen. Vaak merk je ook een verschil in karakter of in leeftijdsfase.

De vraag ‘wie ben ik?’ is in deze tijd een extra ‘uitdaging’ geworden. Er komt veel op onze jongeren af en ze lijken soms 24/7 aan te moeten staan. De smartphone is min of meer met hun lichaam vergroeid. Er is veel ‘contact’ met leeftijdsgenoten en komen de idealen en de voorschriften voor het leven aan de lopende band binnen. Ik wil (of moet) het beste uit mezelf halen, presteren en presenteren. Ik wil (of moet) transparant en autonoom zijn. En in het offline-leven is deze druk niet minder. Leven in de eigen online bubbel kan veel stress geven in het offline contact met mensen buiten deze bubbel. Hoe ga ik een gesprek aan? Heb ik wel de rust en de tijd om de aansluiting in mijzelf te vinden? Kan ik nog de rust vinden? Ben ik niet te veel aan het overleven? Gebrek aan verbinding met wat we belangrijk vinden brengt ons vaak in situaties van extra stress en spanning. De burn-out is voor veel jongeren geen onbekende meer. Filosoof Byung-Chul Han noemt onze samenleving niet voor niets een ‘Burn-out Society’.3 Van het ‘Yes we can!’ lijkt het ‘kunnen’ verandert te zijn in ‘moeten’. Niet meer van binnenuit maar van buitenaf.

De boeken van John Mark Comer (De weg volgen o.a.) proberen hierbij aan te sluiten. Maar ook Life Rules van de EO/CHE probeert de jongeren hierin te ondersteunen. Geen regels die moeten, maar regels die ruimte maken en ons richten op de kern van wie we zijn. Ritmes in de tijd, contemplatie en het houden van stille tijd en Sabbat worden zo weer ‘nieuw leven’ ingeblazen.

Maar laten we niet te snel naar de antwoorden en oplossingen gaan en stil blijven staan bij welke vragen er rondom identiteit zijn bij onze jongeren. Dat vraagt om gesprek met de jongeren zelf. Onderzoek kan ons hierbij helpen, maar altijd vanuit de vraag naar onze jongeren ‘hoe leeft dit bij jou?’. Ik verwijs ook graag naar het boek ‘Goed Nieuws, hoe deel ik dit met jongeren’, waarin veel jongeren zelf aan het woord komen. Wat zijn hun vragen en wat is hun zoektocht door het leven? Hoe definiëren zij zichzelf? Wat maakt hen blij? Wat maakt hen verdrietig of boos? Waar zijn ze goed in? Wat willen ze leren? Waar verlangen ze (echt) naar? Wat is eigen aan hen?

Dit kun je ook doen bij de andere vragen. Bij wie voel je je thuis? Bij wie kun je jezelf zijn? Bij wie hoor je? Wat mis je hierin? Wat zou je hierin zelf graag willen ontvangen?  En… waar ben je dankbaar voor in onze samenleving? Wat vind je moeilijk? Wat is er nodig in deze wereld? Wat wil je daaraan doen in je eigen omgeving? Wat zijn jouw talenten/gaven? Wat heb je daarvoor nodig? Hoe ben je dit aan het leren? Vraag goed door. En stel ten slotte ook vragen wat de gemeente hierin kan betekenen voor hen.

Neem de vragen en antwoorden van alle generaties mee in de gemeente. In de prediking, in de liederen, in de gebeden, in de organisatie, bij de koffie, in de kringen, in de gesprekken. Laat merken dat je naar elkaar luistert en iets doet met wat je van elkaar hoort.

Eigen antwoorden

Het spannende van deze verdieping en van het gesprek met onze jongeren kan zijn dat we zelf ook moeilijk antwoord kunnen vinden op deze vragen. Misschien hollen wij als ‘oudere generatie’ wel net zo hard mee in onze maatschappij, met onze smartphone, onze Netflix-series, de prestatiedruk van onze carrière en al het andere wat ons afleidt van de ‘trage vragen’ en de belangrijke stilte in onszelf.

De filosoof Byung-Chul Han zegt hierover als kritiek op onze samenleving: ‘niet God is dood, de mens aan wie God zich openbaarde, díé is dood!’4 en zo wijst hij op een gebrek aan aandacht en stilte die nodig is om tot onszelf en tot God te komen.

En daar hebben we allemaal last van. Misschien zijn we daarom wel bang om dit gesprek met onze jongeren aan te gaan en moeten we eerst onszelf deze vragen stellen.

Dat lijkt me dan een goed begin.

Ik heb deze reis proberen te maken in de laatste jaren en zo geprobeerd om deze vragen met mijn levensverhaal te beantwoorden. De neiging is groot om nu te vertellen wat ik daarin heb ontdekt en hoe belangrijk het is om in Christus te zijn, bij de gemeente te horen en te leven in Gods missie. Maar dat ga ik niet doen. ;) Ik geef graag nog een luisterchallenge mee:

Luisterchallenge:

A. Luister naar jezelf

  1. Word je bewust van deze 3 grote vragen. Hoe ben je hier tot nu toe mee bezig? Hoe sluiten ze op elkaar aan? Hoe is de balans?
  2. Koester de vragen en houd je persoonlijke antwoorden open. Het is nog ‘work in progress’.
  3. Verdiep je in de Bijbel, je omgeving, de samenleving. Wat merk je op m.b.t. deze 3 vragen?
  4. Wat zou je willen?
  5. Wat zou God hierin willen? Hoe kun je hierin groeien en meer op Jezus gaan lijken?

B. Luister naar anderen

  1. Verbind je vanuit deze 3 vragen met de mensen om je heen en vraag of ze dit herkennen.
  2. Leg de (voorlopige) antwoorden naast elkaar. Waar zit de herkenning en waar het verschil? Waar kom je God op het spoor?

En wacht dan niet te lang met deze opdracht:

C. Luister naar andere generaties

  1. Ga met andere generaties (jongeren voorop) in gesprek over deze 3 vragen (op de manier zoals hierboven A-B)
  2. Verken met elkaar hoe je in de gemeente kunt aansluiten bij deze vragen en antwoorden.

Zie de vragen als wegen om samen op reis te gaan. Mijn verlangen hiermee is dat jullie jezelf, elkaar en God meer leren kennen. Laat het me gerust weten! 

Ronald van den Oever is jeugwerkadviseur en regio-coördinator voor Unie-ABC en Docent Jongerenwerkersopleiding voor het Evangelisch College, 

  1. H3 Waarderend luisteren, in Goed nieuws, hoe deel je het met jongeren, Sabine van der Heijden, Buijten en Schipperheijn, 2024
  2. Deze drie vragen staan in Samen Jong (KokBoekencentrum 2022) en in Goed Nieuws, Kuijvenhoven & Tamminga red., maar worden expliciet onderzocht en beschreven in 3 Big Questions that shapes your future (Kara Powell, etc. Baker Books, 2022)
  3. De Vermoeide Samenleving, Byung-Chul Han, Van Gennip, 2013
  4. Spreken over God, Byung CHul Han, Van Gennip 2026

Zwakte als roeping

De wereldorde verschuift. Machtsblokken schuiven, instituties kraken, en overal staan nieuwe (en oude) sterke mannen op die beloven “orde” te brengen. Meestal ten koste van vrijheid, waarheid en menselijkheid. In zo’n klimaat voelt de kerk in West-Europa vaak klein. Niet centraal, niet gezaghebbend, soms zelfs verdacht. In het publieke debat zijn we een voetnoot geworden: óf te religieus om serieus te nemen, óf te stil om nog te horen.

En toch is precies dát misschien wel onze plek.

Niet omdat marginaliteit leuk is. Maar omdat het evangelie nooit gebouwd is op vanzelfsprekendheid. De kerk begon als een minderheid zonder podium, zonder protectie, zonder invloedrijke lobby. En juist daar, aan de rand, ontstond een andere manier van leven die het Romeinse rijk niet kon bedenken: een gemeenschap waarin armen werden gezien, vijanden werden liefgehad, en macht werd ontmaskerd door een gekruisigde Messias.

Als we willen zoeken naar een geloofwaardige houding in een wereld vol geweld en machthebbers, dan helpen drie stemmen mij: De film: Des hommes et des dieux (Of Gods and Men), Het boek: The City is My Monastery, en het Magnificat. Een film, een boek, een lied als wegwijzers.

1) De keuze om te blijven: Des hommes et des dieux

De film Des hommes et des dieux (2010, regie Xavier Beauvois) vertelt het verhaal van Trappistenmonniken in Tibhirine, Algerije, in de jaren ’90: zij leven in vrede met hun (overwegend islamitische) buren, totdat geweld en terrorisering het gebied in de greep krijgt. De monniken staan voor de vraag: vertrekken we of blijven we? 

Wat de film zo aangrijpend maakt, is dat het geen actiefilm is over helden, maar een contemplatieve vertelling over aanwezigheid. De monniken zijn geen naïeve pacifisten. Ze zijn bang. Ze discussiëren. Ze twijfelen. En toch groeit er in hen een overtuiging die in een wereld van “veiligheid eerst” bijna onbegrijpelijk is: wij horen bij deze mensen. Niet boven hen. Niet als project. Maar als buren.

Hun geloofwaardigheid zit niet in luid spreken, maar in trouw blijven: gebed, werk, gastvrijheid, zorg en kwetsbare solidariteit. Zelfs wanneer de staat hen bescherming aanbiedt, beseffen ze: bescherming kan ook medeplichtigheid worden, een manier waarop geweld zichzelf legitimeert. 

De kerk in een wereld van tirannen heeft de neiging om te denken dat ze vooral méér invloed nodig heeft. Deze film fluistert iets anders: misschien heeft de kerk vooral meer aanwezigheid nodig. Niet midden op het podium, maar midden tussen mensen.

2) De stad als klooster: The City is My Monastery

Daar komt The City is My Monastery: A Contemporary Rule of Life bij. Richard Carter beschrijft daarin hoe monastieke waarden (stilte, ritme, dienstbaarheid, stabiliteit, gebed) niet bedoeld zijn om uit de wereld te vluchten, maar om in de wereld stand te houden, juist in een drukke stedelijke context. 

Het woord “levensregel” (rule of life) klinkt voor moderne mensen al snel benauwend, alsof het gaat om controle. Maar een monastieke regel is eerder een houvast: een ritme dat je draagt wanneer de wereld je opjaagt. Als alles polariseert, als nieuws je zenuwstelsel kaapt, als cynisme normaal wordt, dan heb je geen extra meningen nodig, maar een dieper gevormde ziel.

En precies daar raakt dit boek aan de roeping van de kerk: niet primair een organisatie met standpunten, maar een gemeenschap die oefent in een ander soort mens-zijn. In de stad: tussen onrecht, snelheid en onzekerheid kan de kerk een “klooster zonder muren” worden: een plek waar mensen leren bidden, delen, vergeven, luisteren, dienen. 

Dat is geen escapisme. Dat is weerstand, verzet, maar dan van het soort dat niet spiegelt wat het bestrijdt.

3) Het Magnificat: de lofzang die tirannen niet leuk vinden

En dan het Magnificat (Lucas 1:46–55). Maria zingt niet alleen een vroom liedje. Ze zingt een omkering. Een theologische interpretatie van de werkelijkheid:

  • God ziet de nederigen.
  • God verstrooit de hoogmoedigen.
  • God haalt machthebbers van hun troon.
  • God vult hongerigen met goede gaven. 

Dit is geen oproep tot geweld. Het is veel subtieler en dieper: een proclamatie dat macht niet het laatste woord heeft. Het Magnificat is liturgie als waarheidspreken. Het leert de kerk om de wereld niet te lezen via de headlines van het imperium, maar via de belofte van Gods koninkrijk.

Wie het Magnificat hardop bidt, leert twee dingen tegelijk:

  1. God is niet neutraal in een wereld van onderdrukking.
  2. De kerk hoeft niet te winnen om gelijk te hebben.

Dat tweede is cruciaal. Want een marginale kerk wordt nerveus. Ze wil terug naar het centrum. Ze wil “relevant” zijn. Ze wil bewijzen dat ze nog meetelt. En voor je het weet ga je dezelfde wapens gebruiken als de machten: framing, vijandbeelden, status, cynisme, angst.

Het Magnificat nodigt de kerk uit om een andere toon te kiezen: hoop die niet naïef is, maar geoefend. Een lied dat je blijft zingen wanneer de troon bezet is door iemand die je vreest.

Wat betekent dit concreet voor de kerk nu? 

Als de kerk in het publieke debat marginaal is, zijn er grofweg drie verleidingen:

  1. Meedoen met de macht (zodat we weer invloed krijgen).
  2. Schreeuwen vanaf de zijlijn (zodat we onszelf nog horen).
  3. Terugtrekken in een veilige bubbel (zodat we het niet meer voelen).

De monniken van Tibhirine, de “stad als klooster”, en het Magnificat wijzen een vierde weg: aanwezige trouw.

Vijf praktijken die daarbij horen: 

1. Kies voor stabiliteit boven hysterie
Blijf. Niet overal tegelijk. Maar blijf bij je wijk, je stad, je mensen. In een tijd van vluchtigheid is standvastigheid een profetische daad.

2. Laat liturgie je politieke vorming worden
Bid psalmen. Zing het Magnificat. Vier avondmaal. Niet als ritueel, maar als hertraining van je verbeelding: zo ziet Gods wereld eruit.

3. Oefen in niet-gewelddadige kracht
Zacht is niet slap. Zacht is gecontroleerde macht. De kerk kan leren om confronterend waar te zijn zonder haat te kopiëren.

4. Wees een veilige plek voor kwetsbaren
Tirannen floreren op angst en ontmenselijking. De kerk kan een oefenplaats zijn van menselijke waardigheid: voor vluchtelingen, eenzamen, armen, mensen zonder stem.

5. Spreek minder om te winnen” en meer om te dienen”
Niet elk debat is een arena. Soms is je roeping om een geweten te zijn, geen partij. Om de waarheid te dragen, niet om applaus te krijgen.

De paradox van een marginale kerk

Misschien is het verlies van culturele vanzelfsprekendheid niet alleen een probleem, maar ook een kans. Want aan de rand hoef je minder te managen. Minder te scoren. Minder te bewijzen.

Aan de rand kun je weer lijken op Jezus.

En dat is uiteindelijk de vraag: niet of de kerk weer centraal komt te staan, maar of de kerk waarachtig wordt: een gemeenschap die blijft, bidt, dient, en zingt… zelfs wanneer de wereld steeds harder wordt.

 Zoals Maria. Zoals de monniken. Zoals een stads-klooster.

Jan Wolsheimer is directeur van CAMA Zending, een zusterorganisatie van Unie-ABC. 

Wat gastsprekers zoal meemaken…

Januari is voor preekplanners en voorgangers dé maand om de agenda voor het komende jaar te vullen. Via mailtjes en appjes wordt de dans der data zorgvuldig afgestemd, tot alle zon- en feestdagen zijn voorzien.

Zelf behoor ik inmiddels zo’n twee decennia tot de categorie gastsprekers. Het aantal ‘spreekbeurten’ tel ik niet meer — het zullen er honderden zijn. Vaak met veel genoegen, maar soms ook… anders.

Recent deelde ik een aantal ervaringen in een vriendengroep van theologen die allemaal gastspreker zijn. Tot mijn verrassing was de herkenning groot. Verhalen varieerden van hilarisch tot schrijnend, soms ronduit onveilig. Een kleine selectie:

  • Je komt ruim op tijd binnen en krijgt vanuit de keuken toegeschreeuwd: “Je bent veel te laat man!” (Had de eigen mail niet gelezen.)
  • Een belletje “even over de preek” van een gemeentelid. Ik had het vast goed bedoeld, maar sloeg de plank volledig mis — en diende vooral de tegenstander. Sloot af met: “Zegen nog in je bediening!”
  • Ontvangst door een geluidsman die direct leegloopt in een tirade over de organisatie. Ook welkom.
  • Een ontmoeting met zangleiders en technici die, ná het gebed om eenheid, ontaardt in een discussie over microfoons.
  • Pianisten die feilloos aanvoelen wanneer jij je preek moet afronden.
  • Iemand raakt gepikeerd over opmerkingen die verkeerd onthouden zijn en meld zich een paar dagen later vol frustratie in de inbox. Lang leve de livestream! “Oeps, sorry!”
  • Warme uitnodigingen van gemeenten, gevolgd door acht mogelijke data in juli en augustus — of die ene zondag tussen kerst en oudjaar.
  • Je bent gevraagd voor een gewone dienst, maar het blijkt ineens een jeugddienst. Of je ook kunt rappen?
  • Iemand die gewoon even aan je vraagt: “Je zag er trouwens slecht uit. Gaat het wel goed met je?”
  • Gemeenteleden die hun conflict schreeuwend uitvechten op de parkeerplaats. Inclusief publiek.
  • En ja: mensen die na afloop vooral willen weten welk merk schoenen je draagt — om ze vervolgens exact na te kopen.

Daarom, enkele tips voor kerken die met gastsprekers werken.

1. Communiceer — maar met mate

Een mail vooraf met datum, locatie, tijden en rol in de liturgie is fijn. Iets over het jaarthema? Prima. Maar drie A4’tjes met gedetailleerde instructies, tot de gewenste preekstijl aan toe, is overvragen. Ook onhandig: vijf betrokkenen die ieder apart “even willen afstemmen”. Spreek af wie contactpersoon is en houd het beknopt.

2. Denk na over de ontvangst

Wie heet de gastspreker welkom? Hoe ziet het laatste halfuur eruit? Is er ruimte voor stilte en voorbereiding? Wordt koffie of thee aangeboden? En wie regelt het gebed met oudsten en zangleiders? Laat de gastspreker niet zelf zijn weg zoeken langs techniek en teams.

3. Stem tijden intern goed af

Verwacht je dat de gastspreker veertig minuten vooraf aanwezig is? Zorg dan dat anderen er ook zijn. Niets zo onnodig als irritatie omdat iemand denkt op tijd te zijn, terwijl de rest al in de stress zit.

4. Maak uiterlijk geen gespreksonderwerp

Opmerkingen over kleding, kapsel of schoenen zijn meestal overbodig. Opmerkingen als “Je ziet er vermoeid uit” zijn dat altijd. Vrouwelijke collega’s krijgen hier structureel meer van te verduren — vaak vlak voor de dienst. Hoe vinden we eigenlijk dat je met gastsprekers omgaat?

5. Check de feiten voordat je reageert

Wil je reageren op de preek? Mooi. Vraag wel even of dat nu kan. Sommigen staan daar direct voor open, anderen moeten eerst landen. Mails vol stellige meningen, zonder vragen — of over dingen die niet zijn gezegd — helpen niemand. Twee minuten de livestream terugkijken had vaak al veel frustratie gescheeld: werd écht gezegd wat je dacht dat gezegd werd? En als er een klacht binnenkomt bij jullie oudstenraad: stuur je die klakkeloos door, of neem je als raad ook verantwoordelijkheid?

6. Niet elke zondag kan het hele evangelie klinken

Aan een preek gaat minimaal 16 tot 24 uur voorbereiding vooraf. De uiteindelijke 20 à 25 minuten is slechts het topje van de ijsberg. We kunnen dus per definitie meer níét zeggen dan wel.
Opmerkingen als “Dit miste ik” kunnen terecht zijn — maar ook: er komen meer zondagen. Het evangelie is te groot om elke keer volledig te omvatten.

Voorgangers vangen veel wind. Dat weten we, en daar leiden we studenten ook voor op. Mijn vrienden en ik kunnen vaak lachen om de hilariteit en leren van de feedback. Wakker liggen doen we er niet van. Maar wij zijn rond de veertig. Met enige stevigheid. Wat als je beginnend voorganger bent? Student? Verlegen? Zenuwachtig? Of simpelweg even niet lekker in je vel?
We zijn niet van suiker, maar ook niet van beton. De vraag is simpel: hoe zou je zelf ontvangen willen worden?

Afgelopen jaar was ik te gast bij een gemeente waar een gastvrouw me al stond op te wachten. Jas werd aangenomen. Een vraag naar de reis. Koffie of thee? Daarna: “We hebben een ruimte voor je waar je even tot rust kunt komen.” Toen ik later mijn microfoon wilde ophalen: “Ben je mal, die kom ik straks wel brengen hoor!” Na afloop volgde een korte online enquête over ontvangst, afstemming en de dienst. Voor sommigen overdreven, maar hier was het doordacht. Een andere kerk biedt standaard een lunchpakket aan richting voorgangers.

Klinkt voor velen misschien zwaar overtrokken, maar zó kan het dus ook… Namens menig gastspreker zou ik willen zeggen: doe er je voordeel mee!

Marijn Vlasblom is docent aan het Seminarium, betrokken bij de Millenial Challenge en gastspreker.