Terug naar hoofdinhoud

Over 50 jaar...

Het is een interessante vraag. Hoe zal de kerk er over vijftig jaar uitzien? Welke kerken bestaan nog? Welke kerken bestaan niet meer? Welke kerken zullen zijn ontstaan? Als regio-coördinator Midden-Zuidwest mag ik heel wat gemeenten bezoeken. In sommige gemeenten gaat het heel voorspoedig en zie je grote zegen. In andere gemeenten overheerst de zorg. Daar zijn grote vragen: Hoe moeten we verder? Gaan we het wel redden?

Wanneer je kijkt naar het grote plaatje, dan hoor je steeds meer positieve geluiden als het gaat om de belangstelling voor het geloof. Waar een aantal jaren geleden scepsis overheerste, dan is er flink wat veranderd. Onder jongeren zie je een nieuw zoeken. Voetballers bidden op het veld. Doopdiensten van tientallen jongeren zonder kerkelijke achtergrond zijn niet ongewoon. Misschien dat dat komt doordat de slechte ervaringen met kerken uit het verleden naar de achtergrond zijn geraakt? Of misschien doordat alle voorgeschotelde geluksmomenten via social media toch ook maar fake bleken? Misschien doordat de spanning wereldwijd reëel is? Het is niet helemaal te vergelijken, maar een rapport van de Britse Bible Society (2025) sprak van een toename van kerkbezoek van 8% naar 12%. Dat lijkt niet zo veel, maar dat is een toename van 50%! Vooral in steden zag je dat. De aardige titel van het rapport is: The quiet rivival. We hebben het niet door, maar God is grote dingen aan het doen!

Terug naar Nederland, wat gebeurt er bij ons en hoe kunnen we als kerken openstaan voor een vergelijkbare ontwikkeling? Als het gaat om de toekomst van gemeenten kun je uitzoomen. In de geschiedenis zien we altijd een golfbeweging. Kerken groeien, en daarna komt een tijd van bestendiging. Wat daarna komt is de vraag. Vernieuwing? Verval? Het is net als met de seizoenen. Er is lente en zomer, maar ook herfst en winter. In de laatste vallen de oude bladeren af, in het voorjaar komen hopelijk de nieuwe knoppen. Het is een natuurlijk proces en dat kun je maar ten dele sturen.

En toch… En toch… Daar komt mijn eigen onrust om de hoek kijken. Want als je inzoomt… Natuurlijk heb je de toekomst niet in de hand, maar je kunt er wel voor open staan. Wat was ook al weer je eerste roeping? Hoe ben je als gemeente begonnen? Je kunt deuren gesloten houden of ramen open zetten. Je ziet dat op allerlei terrein. Een beroemd voorbeeld is de ontwikkeling van de digitale fotografie. Een slimmerik van Kodak ontdekte die techniek in 1975. De directie was diep onder de indruk. Maar, zei men vervolgens, als we dat gaan ontwikkelen, dan betekent dat het einde van onze tak van arbeid. Dan wil niemand meer filmpjes kopen, ontwikkelen en afdrukken. Dus laten we het vooral onder de pet houden. Zo lang mogelijk. Aldus geschiedde. Uiteindelijk ontwikkelden de ingenieurs van Fuji de digitale camera. En de rest is geschiedenis.

Wat kunnen we als kerken van een dergelijk voorbeeld leren? De tijd gaat verder. Mensen gaan verder. De cultuur ontwikkelt zich. Of je het leuk vindt of niet. En of je het er mee eens bent of niet. Je kunt het zien als een bedreiging van bestaande waarden en gewoonten. Je kunt het ook als vraag zien. Hoe kunnen we als kerk aansluiten bij het zoeken van deze tijd? Wat hebben mensen nodig die vermalen dreigen te worden in de drukte van alle dag? Waar halen jongere inspiratie vandaan als veel leeg en nietig lijkt? Hoe zou de Here Jezus zelf mensen anno 2026 tegemoet treden?

Die vragen brengen ons bij de kern van het gemeente zijn. In de Here Jezus laat God zien niet bang te zijn voor deze wereld. God zelf verbindt zich met kleine onmogelijke mensen. Sterker nog Jezus wordt als mensenkind geboren. Als we het hebben over toekomst van kerken, dan ligt die niet in vormen. En ook niet in structuren. En helemaal niet in mensen die hun macht of positie willen behouden. De toekomst ligt eenvoudigweg in op pad gaan in de voetsporen van Jezus. Kijken met de ogen van Jezus. Ons afvragen: Hoe kunnen we de handen van Jezus zijn?

De uitdagende vraag voor kerken vandaag de dag is of we de omslag kunnen maken. Leren denken vanuit analoog naar digitaal. Zien hoe God aan het werk is in de mensen vlak om ons heen. Niet bang zijn om wat uit te proberen, maar gewoon aan de slag gaan!

Harm Jut is regiocoördinator bij Unie-ABC en voorganger bij BG Siloam Ede. 

Vertraag, verwonder, vier!

Terwijl de espressokop zich langzaam vult, ruim ik alvast de ontbijttafel af. Op het perron, wachtend op de trein, oefen ik Griekse woordjes in een app – handig voor mijn theologiestudie. De agenda staat vol afspraken die naadloos in elkaar overlopen. Efficiënt en doeltreffend. 

Lees verder

Be Good

De meesten van ons hebben maar een kleine cirkel van invloed. Zo noemde Steven Covey de dingen waar we iets aan kunnen veranderen, waar we invloed op hebben. Onze cirkel van betrokkenheid is daarentegen heel groot. Dat zijn de dingen waar we ons druk om kunnen maken, maar waar we geen invloed op hebben. Die cirkel omvat regelmatig zo'n beetje de hele wereld, als we nieuws horen en zien over klimaatverandering, oorlogen, racisme, femicide, verslaving, ontkerkelijking of mentale gezondheid. Aan al die grote problemen kunnen we meestal maar heel weinig doen of zelfs helemaal niets. Andersom doen die problemen wel iets met ons: ze maken ons somber, gefrustreerd, moedeloos of vertwijfeld. Om dat te voorkomen, laten we het nieuws liever voor wat het is. Ze laten soms ook ons geloof niet onberoerd, we vragen ons af wat God eraan doet. Zijn cirkel van invloed is tenslotte zoveel groter dan die van ons, voor God valt de hele wereld wél onder zijn invloed.

Soms kun je wel iets doen. Dat dacht in ieder geval Mark Ruffalo, een bekende Amerikaanse acteur. Tijdens de uitreiking van de Golden Globes droeg hij een button op zijn revers met de woorden 'Be Good'. Een verwijzing naar Renee Good, de 37-jarige vrouw die op 7 januari in Minneapolis werd doodgeschoten door een agent van ICE, de handhavingsdienst op het gebied van immigratie in de VS. Toen Ruffalo werd geïnterviewd over waarom hij die button droeg, gaf hij ongezouten kritiek op president Trump. Een moment om invloed uit te oefenen, met een klein cirkeltje op zijn smoking en met woorden. Als bekende acteur, met TV-camera's op je gericht, heb je best een beetje invloed. Het staat je goed als je je op zo'n moment uitspreekt in plaats van te zwijgen. Toch valt het tegen, de invloed die je meent te hebben. Binnen een half uur kreeg Ruffalo, naast veel steunbetuigingen, een storm van kritiek over zich heen. Wat zijn woorden hebben uitgewerkt, valt nog te bezien.

Terug naar Gods cirkel van invloed. God heeft alle macht, Hij stoot heersers van hun troon, Hij geeft geringen aanzien, overlaadt wie honger heeft met gaven en stuurt rijken weg met lege handen. (Lucas 1:52-53). Wat zouden we graag willen dat God ingrijpt in al die situaties die onze macht te boven gaan. Toch lijkt God vaak de weg te kiezen van kleine cirkeltjes van invloed. Hij begint vaak iets nieuws met één mens, één situatie, één vraag met een beslissend antwoord. Neem Sara, de vrouw van Abraham. Ze lacht als ze hoort dat ze op haar hoge leeftijd een zoon zal krijgen. Toch kiest ze ervoor om de zwangerschap te ontvangen en haar bijdrage te leveren aan het ontstaan van Gods volk. Of neem Maria, de moeder van Jezus. De zwangerschap die haar te wachten staat, zal niet haar schande wegnemen, zoals bij de tot dan toe onvruchtbare Sara, maar zal haar juist schande opleveren, als ongetrouwde vrouw. Maar ze stelt zich beschikbaar en levert haar bijdrage aan de komst van de Messias. Kleine cirkeltjes van invloed, waar God iets schept wat menselijk gezien onmogelijk is.

Onze cirkel van betrokkenheid is groot, misschien wel veel te groot. Die kan ons afleiden van onze kleine cirkel van invloed. We hoeven niet onze ogen te sluiten voor alles wat er om ons heen gebeurt. Laten we wakker blijven en hoopvol blijven uitzien naar de dag waarop God zijn invloed zal aanwenden en alles goed zal maken, als Jezus terugkomt. Tot die tijd mogen wij onze geringe invloed laten gelden, binnen de cirkel die God ons geeft, daar waar wij keuzes kunnen maken. Daarin kunnen we kleine dingen doen, iets betekenen voor enkele mensen om ons heen, of soms wat meer mensen. Dat geldt voor ons persoonlijk en voor ons als gemeente. Doen zoals Jezus ons leert. Of we daarmee nu lof oogsten of afkeuring. Be good.

Geertje Plug is bestuurslid bij Unie-ABC en voorganger bij BG Harderwijk. 

Drie grote vragen die onze toekomst veranderen

In een eerdere blog, noemde ik al de berichten in de media over de indrukken die uit onderzoek komen van jongeren die meer openstaan voor geloof en religie. Daar wil ik graag verder bij aansluiten. Deze beweging wordt voorzichtig herkent in de praktijk van jeugdwerkers in de kerk. Er is wat in beweging en willen we als kerk ook getuigen zijn van het enorme goede nieuws van Jezus Christus voor de toekomst die voor ons ligt, dan is het noodzaak hierbij aan te sluiten. Ons getuigenis zit in onze eenheid (Joh.17:21). Alle reden dus om dankbaar te zijn met deze beweging om met elkaar dichter naar Christus te groeien.

Maar hoe kunnen we als kerk aansluiten bij deze jongeren die op zoek zijn?

Vanuit de bril van ‘Samen Jong’ willen we kijken naar een gemeente waarin alle generaties samen kunnen optrekken. De eenheid is hierin een belangrijke drijfveer. Alle zes kernwaarden zijn hier een bijdrage aan. Één van de zes kernwaarden is ‘hart voor jongeren hebben’ en daarin lees je over het leren kennen van de jongeren in de gemeente en daarbuiten.

In de praktijk - waarin ik met diverse gemeenten in gesprek ging over Samen Jong - groeide de behoefte bij gemeenten om dan ook echt in gesprek te gaan met de jongeren zelf. Een mooi voorbeeld hiervan is Baptistengemeente Arnhem-Zuid die na de voorbereiding en de avond over Samen Jong tegen mij uitsprak: "volgens mij moeten we eerst maar eens naar de jongeren zelf gaan luisteren." En zo organiseerden zij gesprekken.

Mijn ervaring (en ook mijn doel) is: ga met jongeren in gesprek en je leert niet alleen de jongeren kennen. Je leert ook jezelf kennen. En nog mooier: je leert God kennen.

‘Ik verzeker jullie: als je niet verandert en wordt als een kind, dan zul je het koninkrijk van de hemel zeker niet binnengaan. Wie zichzelf vernedert en wordt als dit kind, die is de grootste in het koninkrijk van de hemel. En wie in mijn naam één zo’n kind ontvangt, die ontvangt Mij. Mat.18:3-5

In gesprek met jongeren

Eigenlijk is waarderende aandacht en interesse de belangrijkste houding in het gesprek1 . Dan ben je positief uitnodigend en wil je graag alles horen en alles weten en liefst ook meevoelen. En niet alleen wat zij zeggen, maar ook wat ze tussen de regels zeggen, wat hun lichaamstaal zegt en ook wat ze niet zeggen.

Goede vragen doen er ook toe. Open vragen die gericht zijn op waar jongeren veel mee bezig zijn kunnen dan helpen. Zo kom ik aan bij de 3 grote vragen die onze toekomst veranderen. De drie vragen die jongeren bezighouden zijn2

  • Wie ben ik?
  • Wat is mijn plek of waar hoor ik bij? 
  • Welk verschil maak ik in mijn omgeving - de wereld? 

Deze vragen worden genoemd in het boek Samen Jong, maar een oplettende lezer zal deze vragen herkennen als drie vragen die verwijzen naar de drie basisbehoeften in de psychologie van Deci & Ryan: autonomie, relatie en competentie. En ook zij zijn niet origineel. De eerste behoeften (autonomie & relatie) gaan verder terug in het onderzoek naar de diepste menselijke drijfveren. En als je de Bijbel vanuit deze vragen leest, dan zal het ook een feest van herkenning kunnen worden. Het zijn dus vragen en verlangens die we allemaal herkennen en daarom zijn het ook vragen die alle generaties met elkaar kunnen verbinden. Daarom is het mijn overtuiging dat het vragen zijn die God ons geeft.

‘…want het is God, Die in u werkt zowel het willen als het werken, naar Zijn welbehagen.’ Fil.2:13 HSV

Praktische uitwerking

 Baptistengemeente Arnhem-Zuid had het verlangen om met jongeren in gesprek te gaan. Zij wilde hiervoor gesprekken organiseren, maar door de corona-beperkingen werden dit interviews die op afstand konden plaatsvinden. Op die manier zijn zij de reis met de jongeren begonnen.

Je kunt deze gesprekken dus op vele manieren organiseren. Dat kan één op één, in groepjes, via de jeugdgroepen en het kan ook via een jeugdraad, zoals sommige kerken dit hebben gedaan. Je hoort het meest van jongeren wanneer je de groepen klein, informeel en overzichtelijk houdt. Veiligheid is dan een belangrijk aandachtspunt. Creëer een veilige ontspannen ruimte voor een open gesprek. Eten en drinken is ook belangrijk. In een gemeente waar ik regelmatig kom, maakte de voorganger hierbij de sfeer met friet en frikandellen.

De drie vragen

Rondom deze drie grote vragen van de jongeren is er veel te vertellen. Misschien is de belangrijkste vraag van veel jongeren op dit moment wel: ‘wie ben ik?’. In de gesprekken met jongeren zul je ontdekken dat de genoemde drie vragen ook sterk met elkaar samenhangen. Vaak merk je ook een verschil in karakter of in leeftijdsfase.

De vraag ‘wie ben ik?’ is in deze tijd een extra ‘uitdaging’ geworden. Er komt veel op onze jongeren af en ze lijken soms 24/7 aan te moeten staan. De smartphone is min of meer met hun lichaam vergroeid. Er is veel ‘contact’ met leeftijdsgenoten en komen de idealen en de voorschriften voor het leven aan de lopende band binnen. Ik wil (of moet) het beste uit mezelf halen, presteren en presenteren. Ik wil (of moet) transparant en autonoom zijn. En in het offline-leven is deze druk niet minder. Leven in de eigen online bubbel kan veel stress geven in het offline contact met mensen buiten deze bubbel. Hoe ga ik een gesprek aan? Heb ik wel de rust en de tijd om de aansluiting in mijzelf te vinden? Kan ik nog de rust vinden? Ben ik niet te veel aan het overleven? Gebrek aan verbinding met wat we belangrijk vinden brengt ons vaak in situaties van extra stress en spanning. De burn-out is voor veel jongeren geen onbekende meer. Filosoof Byung-Chul Han noemt onze samenleving niet voor niets een ‘Burn-out Society’.3 Van het ‘Yes we can!’ lijkt het ‘kunnen’ verandert te zijn in ‘moeten’. Niet meer van binnenuit maar van buitenaf.

De boeken van John Mark Comer (De weg volgen o.a.) proberen hierbij aan te sluiten. Maar ook Life Rules van de EO/CHE probeert de jongeren hierin te ondersteunen. Geen regels die moeten, maar regels die ruimte maken en ons richten op de kern van wie we zijn. Ritmes in de tijd, contemplatie en het houden van stille tijd en Sabbat worden zo weer ‘nieuw leven’ ingeblazen.

Maar laten we niet te snel naar de antwoorden en oplossingen gaan en stil blijven staan bij welke vragen er rondom identiteit zijn bij onze jongeren. Dat vraagt om gesprek met de jongeren zelf. Onderzoek kan ons hierbij helpen, maar altijd vanuit de vraag naar onze jongeren ‘hoe leeft dit bij jou?’. Ik verwijs ook graag naar het boek ‘Goed Nieuws, hoe deel ik dit met jongeren’, waarin veel jongeren zelf aan het woord komen. Wat zijn hun vragen en wat is hun zoektocht door het leven? Hoe definiëren zij zichzelf? Wat maakt hen blij? Wat maakt hen verdrietig of boos? Waar zijn ze goed in? Wat willen ze leren? Waar verlangen ze (echt) naar? Wat is eigen aan hen?

Dit kun je ook doen bij de andere vragen. Bij wie voel je je thuis? Bij wie kun je jezelf zijn? Bij wie hoor je? Wat mis je hierin? Wat zou je hierin zelf graag willen ontvangen?  En… waar ben je dankbaar voor in onze samenleving? Wat vind je moeilijk? Wat is er nodig in deze wereld? Wat wil je daaraan doen in je eigen omgeving? Wat zijn jouw talenten/gaven? Wat heb je daarvoor nodig? Hoe ben je dit aan het leren? Vraag goed door. En stel ten slotte ook vragen wat de gemeente hierin kan betekenen voor hen.

Neem de vragen en antwoorden van alle generaties mee in de gemeente. In de prediking, in de liederen, in de gebeden, in de organisatie, bij de koffie, in de kringen, in de gesprekken. Laat merken dat je naar elkaar luistert en iets doet met wat je van elkaar hoort.

Eigen antwoorden

Het spannende van deze verdieping en van het gesprek met onze jongeren kan zijn dat we zelf ook moeilijk antwoord kunnen vinden op deze vragen. Misschien hollen wij als ‘oudere generatie’ wel net zo hard mee in onze maatschappij, met onze smartphone, onze Netflix-series, de prestatiedruk van onze carrière en al het andere wat ons afleidt van de ‘trage vragen’ en de belangrijke stilte in onszelf.

De filosoof Byung-Chul Han zegt hierover als kritiek op onze samenleving: ‘niet God is dood, de mens aan wie God zich openbaarde, díé is dood!’4 en zo wijst hij op een gebrek aan aandacht en stilte die nodig is om tot onszelf en tot God te komen.

En daar hebben we allemaal last van. Misschien zijn we daarom wel bang om dit gesprek met onze jongeren aan te gaan en moeten we eerst onszelf deze vragen stellen.

Dat lijkt me dan een goed begin.

Ik heb deze reis proberen te maken in de laatste jaren en zo geprobeerd om deze vragen met mijn levensverhaal te beantwoorden. De neiging is groot om nu te vertellen wat ik daarin heb ontdekt en hoe belangrijk het is om in Christus te zijn, bij de gemeente te horen en te leven in Gods missie. Maar dat ga ik niet doen. ;) Ik geef graag nog een luisterchallenge mee:

Luisterchallenge:

A. Luister naar jezelf

  1. Word je bewust van deze 3 grote vragen. Hoe ben je hier tot nu toe mee bezig? Hoe sluiten ze op elkaar aan? Hoe is de balans?
  2. Koester de vragen en houd je persoonlijke antwoorden open. Het is nog ‘work in progress’.
  3. Verdiep je in de Bijbel, je omgeving, de samenleving. Wat merk je op m.b.t. deze 3 vragen?
  4. Wat zou je willen?
  5. Wat zou God hierin willen? Hoe kun je hierin groeien en meer op Jezus gaan lijken?

B. Luister naar anderen

  1. Verbind je vanuit deze 3 vragen met de mensen om je heen en vraag of ze dit herkennen.
  2. Leg de (voorlopige) antwoorden naast elkaar. Waar zit de herkenning en waar het verschil? Waar kom je God op het spoor?

En wacht dan niet te lang met deze opdracht:

C. Luister naar andere generaties

  1. Ga met andere generaties (jongeren voorop) in gesprek over deze 3 vragen (op de manier zoals hierboven A-B)
  2. Verken met elkaar hoe je in de gemeente kunt aansluiten bij deze vragen en antwoorden.

Zie de vragen als wegen om samen op reis te gaan. Mijn verlangen hiermee is dat jullie jezelf, elkaar en God meer leren kennen. Laat het me gerust weten! 

Ronald van den Oever is jeugwerkadviseur en regio-coördinator voor Unie-ABC en Docent Jongerenwerkersopleiding voor het Evangelisch College, 

  1. H3 Waarderend luisteren, in Goed nieuws, hoe deel je het met jongeren, Sabine van der Heijden, Buijten en Schipperheijn, 2024
  2. Deze drie vragen staan in Samen Jong (KokBoekencentrum 2022) en in Goed Nieuws, Kuijvenhoven & Tamminga red., maar worden expliciet onderzocht en beschreven in 3 Big Questions that shapes your future (Kara Powell, etc. Baker Books, 2022)
  3. De Vermoeide Samenleving, Byung-Chul Han, Van Gennip, 2013
  4. Spreken over God, Byung CHul Han, Van Gennip 2026

Zwakte als roeping

De wereldorde verschuift. Machtsblokken schuiven, instituties kraken, en overal staan nieuwe (en oude) sterke mannen op die beloven “orde” te brengen. Meestal ten koste van vrijheid, waarheid en menselijkheid. In zo’n klimaat voelt de kerk in West-Europa vaak klein. Niet centraal, niet gezaghebbend, soms zelfs verdacht. In het publieke debat zijn we een voetnoot geworden: óf te religieus om serieus te nemen, óf te stil om nog te horen.

En toch is precies dát misschien wel onze plek.

Niet omdat marginaliteit leuk is. Maar omdat het evangelie nooit gebouwd is op vanzelfsprekendheid. De kerk begon als een minderheid zonder podium, zonder protectie, zonder invloedrijke lobby. En juist daar, aan de rand, ontstond een andere manier van leven die het Romeinse rijk niet kon bedenken: een gemeenschap waarin armen werden gezien, vijanden werden liefgehad, en macht werd ontmaskerd door een gekruisigde Messias.

Als we willen zoeken naar een geloofwaardige houding in een wereld vol geweld en machthebbers, dan helpen drie stemmen mij: De film: Des hommes et des dieux (Of Gods and Men), Het boek: The City is My Monastery, en het Magnificat. Een film, een boek, een lied als wegwijzers.

1) De keuze om te blijven: Des hommes et des dieux

De film Des hommes et des dieux (2010, regie Xavier Beauvois) vertelt het verhaal van Trappistenmonniken in Tibhirine, Algerije, in de jaren ’90: zij leven in vrede met hun (overwegend islamitische) buren, totdat geweld en terrorisering het gebied in de greep krijgt. De monniken staan voor de vraag: vertrekken we of blijven we? 

Wat de film zo aangrijpend maakt, is dat het geen actiefilm is over helden, maar een contemplatieve vertelling over aanwezigheid. De monniken zijn geen naïeve pacifisten. Ze zijn bang. Ze discussiëren. Ze twijfelen. En toch groeit er in hen een overtuiging die in een wereld van “veiligheid eerst” bijna onbegrijpelijk is: wij horen bij deze mensen. Niet boven hen. Niet als project. Maar als buren.

Hun geloofwaardigheid zit niet in luid spreken, maar in trouw blijven: gebed, werk, gastvrijheid, zorg en kwetsbare solidariteit. Zelfs wanneer de staat hen bescherming aanbiedt, beseffen ze: bescherming kan ook medeplichtigheid worden, een manier waarop geweld zichzelf legitimeert. 

De kerk in een wereld van tirannen heeft de neiging om te denken dat ze vooral méér invloed nodig heeft. Deze film fluistert iets anders: misschien heeft de kerk vooral meer aanwezigheid nodig. Niet midden op het podium, maar midden tussen mensen.

2) De stad als klooster: The City is My Monastery

Daar komt The City is My Monastery: A Contemporary Rule of Life bij. Richard Carter beschrijft daarin hoe monastieke waarden (stilte, ritme, dienstbaarheid, stabiliteit, gebed) niet bedoeld zijn om uit de wereld te vluchten, maar om in de wereld stand te houden, juist in een drukke stedelijke context. 

Het woord “levensregel” (rule of life) klinkt voor moderne mensen al snel benauwend, alsof het gaat om controle. Maar een monastieke regel is eerder een houvast: een ritme dat je draagt wanneer de wereld je opjaagt. Als alles polariseert, als nieuws je zenuwstelsel kaapt, als cynisme normaal wordt, dan heb je geen extra meningen nodig, maar een dieper gevormde ziel.

En precies daar raakt dit boek aan de roeping van de kerk: niet primair een organisatie met standpunten, maar een gemeenschap die oefent in een ander soort mens-zijn. In de stad: tussen onrecht, snelheid en onzekerheid kan de kerk een “klooster zonder muren” worden: een plek waar mensen leren bidden, delen, vergeven, luisteren, dienen. 

Dat is geen escapisme. Dat is weerstand, verzet, maar dan van het soort dat niet spiegelt wat het bestrijdt.

3) Het Magnificat: de lofzang die tirannen niet leuk vinden

En dan het Magnificat (Lucas 1:46–55). Maria zingt niet alleen een vroom liedje. Ze zingt een omkering. Een theologische interpretatie van de werkelijkheid:

  • God ziet de nederigen.
  • God verstrooit de hoogmoedigen.
  • God haalt machthebbers van hun troon.
  • God vult hongerigen met goede gaven. 

Dit is geen oproep tot geweld. Het is veel subtieler en dieper: een proclamatie dat macht niet het laatste woord heeft. Het Magnificat is liturgie als waarheidspreken. Het leert de kerk om de wereld niet te lezen via de headlines van het imperium, maar via de belofte van Gods koninkrijk.

Wie het Magnificat hardop bidt, leert twee dingen tegelijk:

  1. God is niet neutraal in een wereld van onderdrukking.
  2. De kerk hoeft niet te winnen om gelijk te hebben.

Dat tweede is cruciaal. Want een marginale kerk wordt nerveus. Ze wil terug naar het centrum. Ze wil “relevant” zijn. Ze wil bewijzen dat ze nog meetelt. En voor je het weet ga je dezelfde wapens gebruiken als de machten: framing, vijandbeelden, status, cynisme, angst.

Het Magnificat nodigt de kerk uit om een andere toon te kiezen: hoop die niet naïef is, maar geoefend. Een lied dat je blijft zingen wanneer de troon bezet is door iemand die je vreest.

Wat betekent dit concreet voor de kerk nu? 

Als de kerk in het publieke debat marginaal is, zijn er grofweg drie verleidingen:

  1. Meedoen met de macht (zodat we weer invloed krijgen).
  2. Schreeuwen vanaf de zijlijn (zodat we onszelf nog horen).
  3. Terugtrekken in een veilige bubbel (zodat we het niet meer voelen).

De monniken van Tibhirine, de “stad als klooster”, en het Magnificat wijzen een vierde weg: aanwezige trouw.

Vijf praktijken die daarbij horen: 

1. Kies voor stabiliteit boven hysterie
Blijf. Niet overal tegelijk. Maar blijf bij je wijk, je stad, je mensen. In een tijd van vluchtigheid is standvastigheid een profetische daad.

2. Laat liturgie je politieke vorming worden
Bid psalmen. Zing het Magnificat. Vier avondmaal. Niet als ritueel, maar als hertraining van je verbeelding: zo ziet Gods wereld eruit.

3. Oefen in niet-gewelddadige kracht
Zacht is niet slap. Zacht is gecontroleerde macht. De kerk kan leren om confronterend waar te zijn zonder haat te kopiëren.

4. Wees een veilige plek voor kwetsbaren
Tirannen floreren op angst en ontmenselijking. De kerk kan een oefenplaats zijn van menselijke waardigheid: voor vluchtelingen, eenzamen, armen, mensen zonder stem.

5. Spreek minder om te winnen” en meer om te dienen”
Niet elk debat is een arena. Soms is je roeping om een geweten te zijn, geen partij. Om de waarheid te dragen, niet om applaus te krijgen.

De paradox van een marginale kerk

Misschien is het verlies van culturele vanzelfsprekendheid niet alleen een probleem, maar ook een kans. Want aan de rand hoef je minder te managen. Minder te scoren. Minder te bewijzen.

Aan de rand kun je weer lijken op Jezus.

En dat is uiteindelijk de vraag: niet of de kerk weer centraal komt te staan, maar of de kerk waarachtig wordt: een gemeenschap die blijft, bidt, dient, en zingt… zelfs wanneer de wereld steeds harder wordt.

 Zoals Maria. Zoals de monniken. Zoals een stads-klooster.

Jan Wolsheimer is directeur van CAMA Zending, een zusterorganisatie van Unie-ABC.