Terug naar hoofdinhoud

Beste Micha

Mag ik u wat vragen? Ja, ik weet dat antwoorden niet zal gaan, want u leefde in de achtste eeuw voor Christus, maar bij het lezen van uw boek word ik zo nieuwsgierig. Mag ik u verder tutoyeren?

Lees verder

“Benen op tafel? Op de knieën moet je!”

Het is inmiddels even geleden dat Alexandra (mijn vrouw) en ik, met onze drie meiden, ‘gewoon’ lid waren van een gemeente. Ik was actief als interim-predikant in andere plaatsen, daardoor veel onderweg, maar af en toe maakte ik een gemeentevergadering in onze thuisgemeente mee. Boeiend om dat vanuit die positie mee te maken, met andere mensen die voorzitten. Onlangs moest ik denken aan een bijzonder moment tijdens een van die bijeenkomsten. De voorganger gaf aan dat de oudsten binnenkort een BOT-sessie zouden hebben en BOT zou dan staan voor ‘Benen op tafel’. Hij bedoelde dat het even niet zou gaan over de dagdagelijkse agenda-onderwerpen, maar dat men graag eens wat verder wilde kijken en het hebben over (gewenste) ontwikkelingen richting toekomst. Waar hij dit met de beste bedoelingen bracht, reageerde een oudere zuster er boven overheen: “Benen op tafel? Op de knieën moet je!”

In de opbouw van onze gemeentes is de verhouding ‘wat moeten wij doen?’ en ‘wat moet de Heer doen?’ een spannende. Ik merk dat ik in mijn activiteiten niet vaak genoeg kan uitleggen dat wij christenen ‘net mensen’ zijn en dat het naast en vanuit de theologie ook verstandig is om te kijken naar een stuk sociologie. Hoe zitten wij mensen in elkaar, hoe verlopen groepsprocessen en wat kunnen we daarvan leren als Gods volk onderweg? Soms proef je een vreemd soort dualisme als het om dit soort zaken gaat, alsof bijvoorbeeld principes rond communicatie niet voor Jezus-volgers zouden gelden. Tegelijk voelden we denk ik met z’n allen wel dat deze zuster een grote zorg had, die we ook wel konden begrijpen. We kunnen het namelijk ook van onze eigen inzichten gaan verwachten, van onderop vertrekken en in de missionaire uitdaging waar we deze dagen voor staan te makkelijk mikken op wat wij kunnen bedenken en ‘wat werkt’ om ons heen.

Als we deze dagen de nieuwsberichten volgen slaat de schrik ons regelmatig om het hart. Wat gebeurt er wat in de wereld, wat is er veel onzekerheid, pijn en verdriet. Dan kun je je afvragen: hoe verhoudt dit zich allemaal tot het profetische Woord van God? In Efeze 6: 10-17 bepaalt Paulus ons bij de geestelijke realiteit in dit leven. Er is een onzichtbare wereld waar alles eigenlijk gebeurt, we hebben te maken met een niet te onderschatten tegenstander die God en Zijn heilsplan wil dwarszitten. En dus pakt hij ons aan die door God geroepen zijn in deze tijd het verschil voor het Koninkrijk te maken in afwachting van Jezus’ wederkomst. Wat dan fundamenteel is: “onze kracht in de Heer zoeken”, “de geestelijke wapenrusting aandoen”, “standhouden en ons door de Heer en op basis van Zijn Woord laten gebruiken!”

Laten we, terwijl we alles wat verstandig is betrekken in ons gemeenteopbouwwerk, dit voor ogen houden en dat doen vanuit een diep afhankelijke, biddende houding. Het is de Heer die het, door ons heen, moet doen. Prijs de Heer voor zusters die ons, soms op bijzondere wijzen, bij deze les houden 😊!

Jaap Ketelaar is regiocoördinator voor de regio Zuid bij Unie-ABC en interim-voorganger bij de EG Parousia 's Hertogenbosch. 

Op bezoek bij de Britse Baptisten

Wat doet een docent van het Baptisten Seminarium zoal? Meestal bestaan mijn weken uit lesgeven, lesvoorbereiding, nakijken, studentbegeleiding, teamvergaderingen, en nog allerlei andere mooie dingen. Kortom: nooit saai, maar meestal ook redelijk voorspelbaar. Maar soms krijg je een bijzondere uitnodiging. Zo werd ik twee jaar geleden, toen ik nog voor het Schotse Baptistenseminarium werkte, uitgenodigd om in 2026 de Whitley Lectures te verzorgen. Je bereidt dan een lezing voor die je presenteert op de verschillende Baptisten Seminaria in het Verenigd Koninkrijk. Een soort korte theologische tour dus, maar zonder poespas, en netjes op reis met het OV.

Deze week is het dan zover. Ik ga op bezoek bij de Baptisten Seminaria van de Universiteit van Oxford, Bristol, en Cardiff (Wales). Op maandagavond kom ik aan in Oxford waar ik een mooie (uiteraard wat oude) kamer toebedeeld krijg op de campus van Regents Park College. Ik ben blij verbaasd om te ontdekken dat mijn kamer zich pal naast “The Eagle and Child” bevindt, de pub waar C.S. Lewis en J.R.R. Tolkien wekelijks afspraken. Toch een iets andere omgeving dan ons Baptist House in Amsterdam-West.  

03BlogPaulus.jpeg

in Regents Park College, Oxford

Dinsdag is de dag dat naast de “gewone” studenten ook alle toekomstige voorgangers op de campus zijn. We beginnen ‘s ochtends met gebed en koffie, ’s middags, na de lunch, vieren we samen avondmaal, en ’s avonds volgt er weer een dienst waar ik een korte preek geef in het kader van de 40-dagen tijd. De dag wordt zo omgeven met gebed, viering en aanbidding—bijzonder om te ervaren. De Whitley lezing wordt goed ontvangen door een gevarieerd en uiteraard kritisch publiek. Het voelt speciaal om op zo’n historische plek les te geven. Je weet je omringd door eeuwen van theologie en geschiedenis.

Als nuchtere Nederlander ben ik wel verbaasd door het “black-tie dinner” dat ’s avonds volgt. Iedereen zit in hun netste kleren aan tafel. De setting is ineens heel formeel. Zo moeten de studenten achter hun stoel blijven staan totdat de rector met de hamer op tafel heeft geslagen en een gebed heeft uitgesproken. Het eten eindigt met hetzelfde ritueel: zodra de rector de hamer slaat moet iedereen opstaan waarna een kort dankgebed volgt en het eten voorbij is. Op dat soort momenten ben ik dankbaar voor ons nuchtere Seminarium waar we al blij zijn met een incidentele Turkse pizza van Burcu en gewoon zelf de boel opruimen. Het kan verkeren.

Op woensdag is het tijd voor Bristol. Het Baptisten Seminarium daar is het oudste ter wereld en gaat terug tot 1679. Opnieuw wordt ik warm ontvangen door een attent stafteam. Ik mag weer iets proeven van de gemeenschappelijke vieringen. We houden ’s middags een korte dienst waarin een student die net een beroep heeft aangenomen wordt geïnterviewd. We bidden in groepjes voor hem en zijn vrouw. Het is een flinke stap van een grote stad als Bristol naar een kleine plattelandsgemeente. De medestudenten spreken hun steun uit. Na de dienst geef ik mijn lezing waarna ik door een van de stafleden uit eten wordt genomen bij een heerlijk Italiaans restaurant. Bristol voelt al met al wat minder formeel aan dan Oxford. Het is een warme plek waar door de eeuwen heen veel bekwame voorgangers zijn opgeleid.

Paulus2

Deel van het Staffteam, Bristol

 De laatste stop op deze reis is Cardiff Baptist College. Net als wij zitten ook zij in hetzelfde gebouw als de landelijke Unie. Ook hier wordt ik enthousiast ontvangen. De studie wordt hier tweetalig aangeboden, in het Engels en Welsh. Ik geniet van een prachtig Welsh gebed voordat mijn lezing begint. Het publiek bestaat deze dag uit een mix van jonge studenten en gepensioneerde voorgangers. Na een heerlijke lunch praten we ’s middags in een workshop verder door over mijn lezing. We hebben het over hoe we als kerken de bediening van verzoening (2 Kor 5:18) een centrale rol kunnen laten spelen in onze plaatselijke bediening. Ik geniet van de diepe gesprekken en de warme sfeer. Opnieuw een Seminarium dat veel lijkt op dat van ons.

Paulus3

Met Craig Gardiner; Cardiff Baptist College

Ik kom donderdagavond moe thuis na een paar intensieve dagen. Maar wat mooi om iets te proeven van hoe onze broers en zussen in Engeland en Wales hun theologische opleidingen vormgeven. Op alle drie de Seminaria gaat theologie hand in hand met gebed en gemeenschapsvorming. Bovendien staat theologie niet op zichzelf, maar wordt de studie bedreven om de gemeente te dienen. Deze visie delen we als Baptisten Seminarium in Amsterdam. Al met al was het een inspirerende week. Nu weer aan de slag met de gewone werkzaamheden.

Paulus de Jong is docent aan het Baptistenseminarium. Daarnaast is hij als docent Bijbelwetenschappen verbonden aan de theologieopleiding aan de Hogeschool Windesheim. 

*Voor wie benieuwd is naar mijn lezing over Verhalen over Verzoening in de Evangeliën, hij is hier te bestellen.

Positieve woorden van 'buiten'

“Ik doe het kennelijk zo goed dat ik mag blijven!” Iedereen in de kring moest lachen toen een van de mannen dit riep. Het klinkt paradoxaal: blij zijn dat je in de gevangenis mag blijven. Maar voor hem betekent het rust. Na drie keer verhuisd te zijn van PI* naar PI, ervaart hij op deze kleine zorgafdeling eindelijk dat er naar hem wordt omgezien.

Lees verder

De perfecte kerk bestaat niet (en dat is misschien maar goed ook)

Onlangs realiseerde ik me dat ik de afgelopen jaren in bijna 200 verschillende kerken en christelijke contexten heb gesproken of ben voorgegaan. In Nederland, maar ook in andere Europese landen. In dorpen en in steden. In kerken met nog geen honderd bezoekers en in gemeenten waar honderden mensen samenkomen. In onder meer de PKN en in evangelische gemeenten, in de NGK en in baptistenkerken. Het verhaal hierachter laat zich niet in lijstjes vangen.

Wat al deze kerken gemeen hebben? Ze zijn ontstaan op een specifieke plek, in een specifieke context, met een specifieke geschiedenis. En precies dát maakt ze zo verschillend.

Psalmen of Opwekking
Soms zingen we psalmen en gezangen op zondagochtend, soms alleen Opwekking of Engelstalige worship. Soms zit de kerk vol ouderen, soms is het een mix van gezinnen, kinderen en jongeren. Soms kom je in een kerk waar alles goed loopt, soms in een gemeente waar veel spanning, pijn of onenigheid is of waar men midden in een verandertraject zit. Ik heb kerken begeleid waar problemen speelden, in Nederland en in het buitenland, en ik heb kerken gezien die bloeien en groeien.

En vaak denken wij dat onze manier ‘normaal’ is, tot we ergens anders binnenlopen.

De perfecte kerk
Na al die jaren durf ik één ding met zekerheid te zeggen: de perfecte kerk bestaat niet. Een open deur, ik weet het. Maar wie in zoveel keukens heeft mogen kijken, weet: er is overal wat. De kerk wordt gevormd door mensen. En wie mensen idealiseert, raakt onvermijdelijk teleurgesteld. Ook in de kerk. Ik hoef alleen al naar mezelf te kijken om daarvan overtuigd te raken.

Tegelijk durf ik met evenveel overtuiging ook het tegenovergestelde te zeggen: elke kerk heeft veel goeds in zich. Er gebeuren overal mooie dingen. Kerken zijn van grote betekenis voor hun eigen leden en voor hun wijk, dorp, stad of regio. God werkt. De Heilige Geest werkt. Dwars - en soms juist - door gebroken mensen en gebroken kerken heen.

Wat je kunt brengen
Ben je op zoek naar de perfecte kerk? Dan heb ik slecht nieuws: die ga je niet vinden. Zoek liever naar waar en hoe God werkt in een gemeente. En stel jezelf een andere vraag. Niet alleen: “Wat haal ik hier?” maar: “Wat kom ik hier brengen?”

Die vraag maakt het verschil tussen consument en deelnemer.

Sterke kerken
Wat me in al die jaren vooral is opgevallen, is dit: de sterkste kerken zijn niet per se de grootste. Het zijn de plekken waar mensen naar elkaar omzien. Waar ontmoeting plaatsvindt. Niet alleen tijdens de dienst, maar ook erna. De gesprekken, de persoonlijke verhalen, het delen van vreugde en pijn: dát verrijkt een gemeente enorm. Op deze manier heb ik al zoveel persoonlijke verhalen mogen horen en met mensen mogen bidden. Gewoon tijdens de koffie na de dienst.

Naar buiten
Maar dat alleen is niet genoeg. De sterkste kerken zijn kerken die niet alleen met zichzelf bezig zijn, maar oog hebben voor hun buurt, hun wijk, hun stad, de wereld. Kerken die zich bekommeren om mensen in nood. Die naar buiten gericht zijn. Waar mensen niet alleen komen om te consumeren – en soms kan dit tijdelijk nodig zijn, ik weet het - maar om iets te brengen, iets toe te voegen. En vandaaruit uit te reiken, naar de wereld buiten de kerkmuren.
Een kerk die alleen naar binnen kijkt, verliest vroeg of laat haar bestaansrecht.

Jezus centraal
En dan nog iets. Het allerbelangrijkste. De sterkste kerken zijn helder in waar ze voor staan. Geen vaagheden, maar duidelijkheid. Jezus centraal. Niet als slogan, maar als richting. Zijn evangelie. Zijn woorden. Zijn weg.

Een pak of casual
Of ik nu ergens eenmalig preek, er met regelmaat voorga of een kerk begeleid in een langer proces: de context verschilt. Soms draag ik daarom ook een pak, soms kom ik casual. Aansluiten bij de lokale cultuur. Maar de kern verandert niet. De boodschap blijft altijd dezelfde: Jezus centraal. Zijn goede nieuws. De betekenis van de Bijbel voor het leven van elke dag. Voor jong en oud. Voor kerken die bloeien en voor kerken die worstelen.

Focus
En weet je wat mijn diepe overtuiging is? Juist dit verbindt. Juist hier kunnen verschillen worden overbrugd. Niet door alles glad te strijken, maar door te focussen op de juiste dingen. In Zijn kracht.

Misschien is de vraag dan niet: “Welke kerk past bij mij?” Maar mag de vraag zijn: “Waar werkt God? En ben ik bereid om daar mezelf te geven?”

Hans Borghuis is spreker en voorganger en gaat voor in veel kerken in binnen- en buitenland. Daarnaast begeleidt hij gemeenten en spreekt ook veel in jeugd- en jongerendiensten. Kijk voor meer informatie op www.hans-borghuis.nl