'Zending ver weg ... of toch dichtbij?' Dat was het onderwerp van mijn korte preek in onze gemeente afgelopen zondag. Het was zendingszondag. Zending of missie is bij mij de laatste maanden een terugkerend onderwerp. Een goede zaak, we zijn immers baptisten- en CAMA-gemeenten: missie staat hoog in ons vaandel. Het Unie-ABC-thema deze jaren is niet voor niets 'Laat het Licht zien'! Het is ons belangrijkste bestaansrecht om de volken te onderwijzen, hen te dopen en Jezus bekend te maken. Die volken waren tot voor kort ‘ver weg’, maar tegenwoordig ook heel vaak ‘dichtbij’. Om precies te zijn: een paar smartphone-kliks weg. En ook fysiek dichtbij: neem maar een kijkje in dorpen, steden en in AZC’s. Wát een kansen!
De beste gedachten daar kom je niet op, die komen tot je. Iets treft je ineens, met een helderheid van inzicht waar je verrast van bent, stil van wordt. Alsof je zojuist iets wezenlijks op het spoor bent gekomen.
Zo zat ik onlangs in de auto terug van een Challenge, onderdeel van het project Begrijpend Leven. In een Millennial of Jongvolwassen Challenge committeert een groep zich voor 10 ontmoetingen aan het uitdiepen van een gezamenlijke vraag en het aanleggen ervan op een centrale passage uit de Bijbel. Als onderzoeker binnen het project Begrijpend Leven loop - of beter gezegd, rijd - ik deze challenges af om een duidelijk beeld te krijgen van wat er nou gebeurt wanneer mensen in gezamenlijkheid de Bijbel openslaan op zoek naar antwoorden voor de vragen die het leven opwerpt.
Enerzijds zou je kunnen stellen dat dit vragen is naar de bekende weg. Immers, we leven met een duidelijke schriftverwachting: we geloven dat God spreekt, door Zijn Woord. Daarbij kennen we een duidelijke Godsverwachting: we verwachten dat Hij aanwezig is in zulke ontmoetingen (lees Mattheus 18:20). En toch is het niet altijd klip en klaar, koek en ei. Toch ‘werken’ sommige ontmoetingen wel en anderen niet. Toch ervaren we de ene keer veel duidelijker dat de Bijbel ‘spreekt’ en dat we iets waarnamen van van Zijn aanwezigheid.
En in de auto trof me iets.
De gedachte die in me opkwam was dat er veel in zulke ontmoetingen gelegen is aan tijd en ruimte; aan de beschikbaarheid van tijd en aan de afbakening van ruimte; aan het vermogen van de groep om in deze apart gezette tijd-ruimtelijkheid aandacht te hebben voor elkaar, ontvankelijk te zijn voor hoe het leven pijn en moeite opwerpt en vraagtekens oproept bij de ander; toestaan dat de verhaallijnen in het narratief van je eigen leven doorweven raken met de verhaallijnen van een ander en de verhaallijnen uit de schrift. Dan kun je denk ik spreken van een tijd-ruimtelijkheid waarin Christus aan ons openbaar wordt in de ontmoeting met elkaar en in de gezamenlijke zoektocht naar de zeggingskracht en duiding van Zijn Woord.
Zo’n ontmoeting in tijd en ruimte gebeurt dan ineens. Het komt tot je, als iets wezenlijks en echts. Het enige wat je deed was het wijden van de tijd en ruimte aan God en aan elkaar. Je gaf je aandacht, je intentionaliteit, in het moment en in de ruimte. En toen gebeurde het ‘gewoon’.
Het klinkt zo gemakkelijk. Terwijl ik het, eerlijk gezegd, in het alledaagse al zo moeilijk vind om met aandacht in het moment en in de ruimte te zijn. Om aanwezig te zijn. Er is zo’n ellendig elektronisch device dat dagelijkse mijn aandacht kaapt. Een smartphone die me, hoewel ik lijfelijk aanwezig ben, keer op keer opslokt in een digitale tijd-ruimtelijke tussendimensie. Als ik niet oppas vul ik elk loos moment gedachteloos op met die veegmachine, dat aan mijn hand vergroeide doom-scroll-ding. Zou het kunnen dat de mate waarin ik mijn aandacht laat kapen omgekeerd evenredig is aan de mate waarin ik ontvankelijk ben voor echte ontmoeting met God en de ander? En als dat zo is, welke keuzes heb ik dan te maken om beschikbaar aanwezig te zijn in mijn gezin, op mijn werk, in de gemeente?
Ik ben maar vast begonnen om mijn iPhone overdag zoveel mogelijk boven te laten liggen. Zodat ik weer bewust mijn aandacht kan geven in het moment op de plek waar ik daadwerkelijk ben. Zodat ik geraakt kan worden.
Volgens mij ben ik iets wezenlijks op het spoor.
Bart de Zwaan is medewerker van het Seminarium en onderzoeker voor de JoVo Challenge.
Het lijkt zo vanzelfsprekend. Contact maken met mensen. In een wereld waarin we alle communicatiemogelijkheden hebben zou dat eenvoudig moeten zijn. En tegelijk zien we juist zo vaak het tegenovergestelde gebeuren.
Deze week zijn er verkiezingen in Nederland. Met stijgende verbazing kijk ik naar alle debatten op de verschillende televisiezenders. Iedereen probeert zijn of haar punt te maken. Begrijpelijk. Maar tegelijkertijd ontaardt een debat vaak in een eindeloos gekrakeel waarin niemand naar elkaar luistert, en niemand elkaar lijkt te willen begrijpen. En de reactie van veel mensen is dan ook voorspelbaar: die hele politiek is één grote janboel. Politici staan de laatste tijd steevast hoog in de top van meest onbetrouwbare mensen.
Contact maken met mensen. Waarom eigenlijk? Hoe belangrijk is het? Soms wordt je onverwacht met de neus op feiten gedrukt. Deze zomer waren we op vakantie in Engeland. Een prachtig land met heel beschaafde mensen. Engelsen zijn ongelofelijk aardig en vriendelijk. En natuurlijk zeer hoffelijk. En eigenwijs. Eén van de eigenwijze dingen is dat in tegenstelling tot de rest van Europa Engelsen links op de weg rijden. Dat is op zich niet zo moeilijk. Gewoon achter je voorganger aanrijden. En op de grote wegen zijn allemaal gescheiden banen, dus dan merk je er helemaal niets van. In de stad wordt het toch iets anders. Daar begonnen mijn vragen.
De steden in Engeland kennen eindeloos veel rotondes, maar soms kom je op gelijkwaardige kruisingen. Mijn vraag was: Wie heeft er op een gelijkwaardige kruising voorrang? In Nederland is natuurlijk de regel: Rechts heeft voorrang. Maar hoe zit dat als je links rijdt? Gelukkig hebben we internet. Ik zal maar citeren wat een officiële website als antwoord op mijn vraag gaf. Op een gelijkwaardige kruising in Engeland zijn er geen vaste regels. Zoek oogcontact met elkaar en geef elkaar de ruimte. Meestal gaat degene die het eerst op de kruising is voor.
Wat een briljante oplossing van die Engelsen. Zoek oogcontact en kom er samen uit. Dat geldt voor het verkeer, maar dat kun je natuurlijk doortrekken naar allerlei terreinen. Zoek oogcontact en kom er samen uit! Het geldt voor politiek en het landsbestuur. Het geldt ook voor bezig zijn in gemeenten. Zoek contact en kom er samen uit. Wat voorkomt dat veel. En wat helpt ons dat de goede richting op.
Wanneer je kijkt naar de gemeenten, dan lijkt dat misschien wel wat op die kruisingen in Engeland. Mensen komen met allerlei achtergronden en ervaringen. Iedereen kent het verlangen om de Heer te dienen. Zijn naam groot te maken. Het evangelie te verkondigen. Maar tegelijk spelen zoveel persoonlijke zaken mee. Hoe houd je dan de boel in balans? Hoe voorkom je dat er ongelukken ontstaan? Zoek oogcontact en kom er samen uit! Wanneer je begrijpt wat de ander drijft, wat de ander heeft meegemaakt, dan praat dat heel anders. Dan kun je samen de weg van de Heer zoeken. Dan sta je niet tegenover elkaar, maar dan sta je naast elkaar. In de gemeente is de basis de persoonlijke contacten die er zijn. Het gaat niet om het systeem. Niet om het eigen gelijk. Het gaat om het samen zoeken naar de weg van de Heer.
Het lijkt zo vanzelfsprekend. Contact maken. Elkaar even aankijken. Juist in de gemeente doen we dat. Oog hebben voor elkaar. Bovenal oog hebben voor Onze Heer. Samen onderweg zijn. Dan komt de zegen vanzelf.
Harm Jut is werkzaam als regio-coördinator bij Unie-ABC en voorganger bij Baptistengemeente Siloam in Ede.
Nog een paar weken en dan is het zover; dan begint het langverwachte Missieweekend in het Zuiden… Het is mooi om vanaf het Unie-ABC-kantoor te zien hoe dit weekend steeds meer gaat leven en de aanmeldingen blijven binnendruppelen. Inmiddels zitten we al op ruim 80 aanmeldingen, uit het gehele land en aanmelden kan nog steeds!
Ik moet heel eerlijk bekennen dat ik in eerste instantie wat voorzichtig was in mijn enthousiasme. Want twee dagen met een vol programma betekent al snel minstens twee keer zoveel werk. Extra taken en regelzaken, extra vrijwilligers, extra kosten, langer van huis weg, ver reizen voor zowel de dagen zelf als de voorbereiding en zo nog meer praktische hobbels kwamen toch al snel bij mij op. Met daarnaast nog de vraag of de gemeenten wel zouden komen, naar het “verre” Limburg, dat voor veel mensen toch een behoorlijke reis is.
Gaandeweg kreeg het programma vorm en werd het enthousiasme van de regiocoördinator en kartrekker Jaap Ketelaar behoorlijk aanstekelijk!
We gingen in de voorbereiding op bezoek naar Brunssum-Treebeek en ik merkte hoe de “missie-koorts” langzaam maar zeker vat begon te krijgen. Ze vertelden over hun ontstaan en recente jubileum en hoe ze dat willen vieren en delen met de gemeenschap. Dit doen ze door hun gemeente letterlijk open te stellen, deze dagen praktisch te ondersteunen en ook financieel bij te dragen. Dit omdat ze de gemeenschap willen laten meevieren en willen bijdragen aan de beweging naar buiten; delen van de rijkdom die ze in Christus hebben ontvangen. Wat een prachtige manier om je 100-jarig bestaan niet alleen intern, maar ook samen te vieren! Om samen te vieren én te leren en om met elkaar bezig te zijn over het nog verder delen van het Evangelie.
Na het bezoek in Brunssum-Treebeek was er de regioavond in Weert. Hier zoemde ook enthousiasme en verwachting al tijdens de koffie vooraf aan de avond en werden tijdens het programma de dagen met elkaar doorgesproken. Vrijwel alle gemeenten uit het zuiden waren aanwezig (vanwege ziekte was er één afmelding) – Wat een opkomst! Al snel werd duidelijk dat de missie-koorts niet alleen in Brunssum-Treebeek was doorgedrongen, maar dat alle zuidelijke gemeenten inmiddels besmet waren. De benodigde vrijwilligers voor het programma waren zó geregeld! Iedere pauze in het weekend wordt door een gemeente uit het zuiden geadopteerd en ze zullen dan de gemeenschap dienen door koffie, thee en/of fris te schenken en iets lekkers, naar eigen inzicht, bij te dragen.
Inmiddels ben ik al aardig besmet met het virus en zie ik al vol verlangen uit naar het weekend en naar wat God hier doorheen wil werken. De gastvrijheid vanuit het Zuiden, de verbinding door twee mooie dagen samen te beleven, de passie voor de verspreiding van het Evangelie, de bemoediging van onze broeders en zusters uit het Zuiden door de vele bezoekers uit het hele land, het samenwerken met collega’s en vrijwilligers om er twee fantastische en soepel lopende dagen van te maken. Het maakt dat mijn oorspronkelijke voorzichtigheid heeft plaatsgemaakt voor enthousiasme. Regelmatig kijk ik bij de aanmeldingen om te zien dat er wéér meer mensen komen!
Het programma staat als een huis, met bijdragen over de breedte van het missionaire werkveld, inspirerende gasten en zelfs een heuse theatershow op vrijdagavond. De ondersteuning wordt geleverd door een enthousiaste groep van gemeenten die gezamenlijk dit Missieweekend dragen, aangevoerd door de ervaren en daadkrachtige regiocoördinator. Ik kan niet anders dan dit weekend van hárte bij een ieder aanbevelen. Maar pas op: de missiekoorts is besmettelijk 😉
Natanja Corsèl is officemanager bij Unie-ABC en student aan het Seminarium.
PS2: Meldt je tijdig (uiterlijk 31 oktober) aan zodat wij rekening kunnen houden met de boodschapppen en ervoor kunnen zorgen dat iedereen te eten heeft.
PS3: Wist je dat je GRATIS bij gemeenteleden in de regio kunt verblijven? Als je hier gebruik van wilt maken, kun je dat aangeven op het aanmeldformulier.
PS4: Twijfel je nu nog steeds? Bekijk dan hier het inspirerende en uitdagende programma!
Als er iets goeds uit het coronatijdperk is blijven hangen, dan is het mijn gewoonte om vier keer per week de dag te beginnen met hardlopen. Dat begon ooit vanuit een verlangen om meer te doen met de drie B’s in mijn leven: Bewegen, Bidden en Bijbellezen. Maar dan wel in die volgorde – anders start ik niet op. En zo ren ik, vijf jaar later, nog steeds in de ochtendschemer mijn rondjes door de wijk. Na een paar kilometer in de benen kan ik me beter concentreren op bidden en bijbellezen. Eigenlijk word ik dus pas wakker tijdens het rennen. Daar kleven ook nadelen aan, ontdekte ik vorige week.
Al vier jaar volg ik hetzelfde rondje. Na twee kilometer kom ik langs een boom die elk jaar in zijn groeispurt een paar stoeptegels wat verder omhoog drukt. Meestal stap ik er moeiteloos overheen. Tot vorige week. Verzonken in gedachten maakte ik een flinke schuiver en liet ik dankzij mijn korte broek een royale portie DNA achter op de stoep. Stom: Ik wéét dat die tegels daar liggen. En toch gaf ik de schuld aan de boom, aan de gebrekkige verlichting en uiteraard aan de gemeente. Aan mij zou het niet liggen!
Dus lag er, nog voor het ochtendgloren, een melding bij de gemeente Ede. Inclusief foto’s van de opstaande tegels én mijn bebloede knie. Want stel je voor dat een omaatje hier onderuit gaat! Een paar uur later strompel ik de supermarkt binnen voor wat boodschappen. Daar ontmoet ik een oudere zuster uit de gemeente. “Wat loop je raar!” zegt ze. Na mijn uitleg vertelt ze over een dame die na een val haar heup brak en nooit meer hersteld is. Met enige trots voel ik dat ik mijn burgerplicht heb gedaan!
Vier dagen later(!) is de stoep alweer strak gelegd én zelfs de boom is behouden voor zijn volgende tackle.
In voorbereidingen op de verkiezingen buitelen de partijprogramma’s weer over elkaar heen met beloften om Nederland “uit het slop”, “van het slot” en “uit de sloot” te trekken. Natuurlijk, de uitdagingen zijn groot en vragen om leiderschap dat visie, verbinding en eenheid weet te brengen. Maar zolang in dit land een stoep sneller wordt hersteld dan mijn knie, constateer ik dat er ook ontzettend veel gewoon wél goed geregeld is.
Ik ontdekte iets in mijzelf vorige week, dat ik niet anders dan klein en kinderachtig kan noemen: mijn neiging om mijn eigen foutjes te projecteren op anderen. Het ligt natuurlijk aan de boom. Aan de tegels. Aan de verlichting. Aan de gemeente. En eerlijk: hebben we dat niet allemaal? Dat we onze eigen schrammen en gekrenkte ego’s liever projecteren op een politieke partij, op links of rechts, of op een groep mensen – wokies, wappies, asielzoekers, noem maar op?
Laat ik bij mezelf blijven. Blijkbaar moet ik soms eerst flink onderuitgaan om geconfronteerd te worden met mijn kleinzielige kant. De balk in mijn eigen oog blijkt genadeloos scherp naar buiten te steken. Dat ik in een land leef waar de overheid zelfs die balk nog even gladstrijkt, leer ik maar ontvangen als pure genade.
Marijn Vlasblom is docent aan het Seminarium en betrokken bij de Millenial Challenge.