Terug naar hoofdinhoud

De perfecte kerk bestaat niet (en dat is misschien maar goed ook)

Onlangs realiseerde ik me dat ik de afgelopen jaren in bijna 200 verschillende kerken en christelijke contexten heb gesproken of ben voorgegaan. In Nederland, maar ook in andere Europese landen. In dorpen en in steden. In kerken met nog geen honderd bezoekers en in gemeenten waar honderden mensen samenkomen. In onder meer de PKN en in evangelische gemeenten, in de NGK en in baptistenkerken. Het verhaal hierachter laat zich niet in lijstjes vangen.

Wat al deze kerken gemeen hebben? Ze zijn ontstaan op een specifieke plek, in een specifieke context, met een specifieke geschiedenis. En precies dát maakt ze zo verschillend.

Psalmen of Opwekking
Soms zingen we psalmen en gezangen op zondagochtend, soms alleen Opwekking of Engelstalige worship. Soms zit de kerk vol ouderen, soms is het een mix van gezinnen, kinderen en jongeren. Soms kom je in een kerk waar alles goed loopt, soms in een gemeente waar veel spanning, pijn of onenigheid is of waar men midden in een verandertraject zit. Ik heb kerken begeleid waar problemen speelden, in Nederland en in het buitenland, en ik heb kerken gezien die bloeien en groeien.

En vaak denken wij dat onze manier ‘normaal’ is, tot we ergens anders binnenlopen.

De perfecte kerk
Na al die jaren durf ik één ding met zekerheid te zeggen: de perfecte kerk bestaat niet. Een open deur, ik weet het. Maar wie in zoveel keukens heeft mogen kijken, weet: er is overal wat. De kerk wordt gevormd door mensen. En wie mensen idealiseert, raakt onvermijdelijk teleurgesteld. Ook in de kerk. Ik hoef alleen al naar mezelf te kijken om daarvan overtuigd te raken.

Tegelijk durf ik met evenveel overtuiging ook het tegenovergestelde te zeggen: elke kerk heeft veel goeds in zich. Er gebeuren overal mooie dingen. Kerken zijn van grote betekenis voor hun eigen leden en voor hun wijk, dorp, stad of regio. God werkt. De Heilige Geest werkt. Dwars - en soms juist - door gebroken mensen en gebroken kerken heen.

Wat je kunt brengen
Ben je op zoek naar de perfecte kerk? Dan heb ik slecht nieuws: die ga je niet vinden. Zoek liever naar waar en hoe God werkt in een gemeente. En stel jezelf een andere vraag. Niet alleen: “Wat haal ik hier?” maar: “Wat kom ik hier brengen?”

Die vraag maakt het verschil tussen consument en deelnemer.

Sterke kerken
Wat me in al die jaren vooral is opgevallen, is dit: de sterkste kerken zijn niet per se de grootste. Het zijn de plekken waar mensen naar elkaar omzien. Waar ontmoeting plaatsvindt. Niet alleen tijdens de dienst, maar ook erna. De gesprekken, de persoonlijke verhalen, het delen van vreugde en pijn: dát verrijkt een gemeente enorm. Op deze manier heb ik al zoveel persoonlijke verhalen mogen horen en met mensen mogen bidden. Gewoon tijdens de koffie na de dienst.

Naar buiten
Maar dat alleen is niet genoeg. De sterkste kerken zijn kerken die niet alleen met zichzelf bezig zijn, maar oog hebben voor hun buurt, hun wijk, hun stad, de wereld. Kerken die zich bekommeren om mensen in nood. Die naar buiten gericht zijn. Waar mensen niet alleen komen om te consumeren – en soms kan dit tijdelijk nodig zijn, ik weet het - maar om iets te brengen, iets toe te voegen. En vandaaruit uit te reiken, naar de wereld buiten de kerkmuren.
Een kerk die alleen naar binnen kijkt, verliest vroeg of laat haar bestaansrecht.

Jezus centraal
En dan nog iets. Het allerbelangrijkste. De sterkste kerken zijn helder in waar ze voor staan. Geen vaagheden, maar duidelijkheid. Jezus centraal. Niet als slogan, maar als richting. Zijn evangelie. Zijn woorden. Zijn weg.

Een pak of casual
Of ik nu ergens eenmalig preek, er met regelmaat voorga of een kerk begeleid in een langer proces: de context verschilt. Soms draag ik daarom ook een pak, soms kom ik casual. Aansluiten bij de lokale cultuur. Maar de kern verandert niet. De boodschap blijft altijd dezelfde: Jezus centraal. Zijn goede nieuws. De betekenis van de Bijbel voor het leven van elke dag. Voor jong en oud. Voor kerken die bloeien en voor kerken die worstelen.

Focus
En weet je wat mijn diepe overtuiging is? Juist dit verbindt. Juist hier kunnen verschillen worden overbrugd. Niet door alles glad te strijken, maar door te focussen op de juiste dingen. In Zijn kracht.

Misschien is de vraag dan niet: “Welke kerk past bij mij?” Maar mag de vraag zijn: “Waar werkt God? En ben ik bereid om daar mezelf te geven?”

Hans Borghuis is spreker en voorganger en gaat voor in veel kerken in binnen- en buitenland. Daarnaast begeleidt hij gemeenten en spreekt ook veel in jeugd- en jongerendiensten. Kijk voor meer informatie op www.hans-borghuis.nl

Grotere werken dan Jezus?

In dit seizoen preek ik in onze gemeente over gebed. Een belangrijke vraag bij gebed en geloof is de vraag naar de verhoring van gebed. Of juist naar het uitblijven van die verhoring. Laten we eerlijk zijn; we hebben allemaal die ervaring dat we niet hebben ontvangen wat we vroegen. En die ervaring (afhankelijk van de nood waarin we zaten) kan vragen over God of zelfs een geloofscrisis opleveren. Een belangrijke oorzaak voor die vragen of crisis komt op uit die teksten die verhoring van gebed beloven. In het bijzonder zien we grote beloften voor wie bidt in het evangelie van Johannes. Ik denk bijvoorbeeld aan Johannes 14:12-14 (HSV) waar Jezus zegt:

12 Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wie in Mij gelooft, zal de werken die Ik doe, ook doen, en hij zal grotere doen dan deze, want Ik ga heen naar Mijn Vader. 13 En wat u ook zult vragen in Mijn Naam, dat zal Ik doen, opdat de Vader in de Zoon verheerlijkt zal worden. 14 Als u iets vragen zult in Mijn Naam, Ik zal het doen.

Wie de tekst snel leest kan gemakkelijk de indruk krijgen dat Jezus een algemene belofte van gebedsverhoring presenteert die ongeacht de situatie van de bidder zonder enige voorwaarde zal worden ervaren. Niets is echter minder waar. Weliswaar spreekt Jezus over een breed scala aan verzoeken: ‘wat u ook zult vragen’. En geeft Hij een geweldige belofte: ‘Ik zal het doen’. Toch is zijn uitspraak niet onvoorwaardelijk. Er klinken maar liefst twee voorwaarden die nauw met elkaar verbonden zijn.

Twee voorwaarden

In de eerste plaats moet er ‘in Mijn Naam’ gebeden worden. In het Joodse denken wordt de naam als synoniem gebruikt voor het wezen van een persoon, het staat voor zijn of haar karakter. Jezus geeft hier dus een beperking op het gebed dat zal worden verhoord, het moet in lijn zijn met zijn karakter, met zijn persoon. In deze tekst kunnen we misschien beter zeggen: ‘met zijn missie’. Jezus neemt in Johannes 14-16 namelijk afscheid van de leerlingen en spreekt over zijn missie die ondanks zijn afwezigheid zal verder gaan. Hij staat garant voor de continuïteit van zijn missie, al is Hij er straks, na zijn sterven en opstanding, op een andere manier op betrokken.

In de tweede plaats moet het bij de vragen van gelovigen gaan om de verheerlijking van de Vader. Niet onze persoonlijke wensen en begeerten zullen steevast worden vervuld wanneer we bidden, maar onze verlangens naar de voortgaande missie van Jezus waarin het gaat om de eer van de Vader zullen worden vervuld. Dat is wat Jezus hier belooft. Zo gaat het werk van Jezus, tot eer van God de Vader door, zelfs als Jezus niet op aarde is. Het is de belofte voor ons vandaag, de kerk van Jezus Christus.

Werken die groter zijn

In dat licht kunnen we ook begrijpen wat Jezus bedoelt met werken die groter zijn dan die van Hem. Door de eeuwen heen zijn er altijd mensen die hebben gedacht dat het moest gaan om wonderen en tekenen zoals Jezus die deed. Maar nooit is er in de geschiedenis sprake geweest van iets dat de vermenigvuldiging van het brood, het lopen over het water, de genezing van de blindgeborene of de opwekking van Lazarus heeft overtroffen. Daar had Jezus het dus niet over. Hij had het over een wonder dat groter is dan al die zaken, Hij sprak over de wedergeboorte. In en door de gelovigen wordt het werk van Jezus verdiept en vinden mensen meer dan brood, meer dan genezing of opstanding van het lichaam. Ze vinden in Jezus Christus genezing van hun ziel, het perspectief op een verheerlijkt lichaam en een eeuwig leven. Ze vinden vrede met God. Hoe groot is dat?

Laten we daarom ons gebed steeds afstemmen op dat wat groter is dan alle wonderen die Jezus in zijn aardse leven heeft gedaan, overtuigd dat Jezus ons dat zal geven, tot eer van onze Vader.

Gijs de Bree is bestuurslid bij Unie-ABC en voorganger bij BG Ontmoeting Arnhem-Zuid. 

Over bedreigingen en kansen

Hoe beleef jij deze tijd? Als je het nieuws een beetje volgt, dan kan het bijna niet anders dan dat je op z’n minst ongerust wordt van berichten die we een paar jaar geleden voor onmogelijk hadden gehouden. Bondgenoten lijken vijanden te worden, autocratische wereldleiders lijken maling te hebben aan recht en rechtvaardigheid, onvoorstelbaar rijke tech-ondernemers willen de wereld het liefst als een bedrijf beheersen. En zo kun je nog wel even doorgaan.
Onze veilige westerse wereld wordt bedreigd en door elkaar geschud. Soms extreem heftig zoals in Oekraïne, maar ook bij ons in Nederland gaat dat toenemend invloed hebben. Meer geld naar defensie betekent minder naar gezondheidszorg en minder ondersteuning voor kwetsbare mensen.

In het bedrijfsleven werd wel eens gezegd: “never waste a good crisis”. Dat lijkt wat opportunistisch, maar daarmee wil men zeggen dat bedreigingen en grote veranderingen niet alleen verlies opleveren maar ook kansen kunnen bieden. Bijvoorbeeld voor innovatie of nieuwe markten. Maar dan moet je wel openstaan voor verandering, over het verlies heen durven stappen om ook daadwerkelijk die kansen te zien en te benutten.

Hoe kijken we vanuit de kerk naar de ontwikkelingen in de wereld en in Nederland? Raken we verlamd of zien we -binnen onze mogelijkheden- juist kansen? En kansen zijn er zeker. Denk aan migranten die op zoek zijn naar een veilige plek, jonge mensen die in toenemende mate de leegte van secularisatie inzien en op zoek gaan naar zingeving, armoede die er in Nederland is en waarschijnlijk weer gaat toenemen. Kansen voor de kerk om naastenliefde te tonen; om het evangelie te delen, het goede nieuws van God dat we anderen ook gunnen. Ik zie in onze gemeenschap heel wat voorbeelden van christelijke gemeenten die hier werk van maken en bereid zijn te investeren in andere mensen. Sommigen onder ons vinden dat ook moeilijk, houden graag vast aan het oude vertrouwde. Maar laat je dan de kansen door God ons gegeven niet voorbijgaan?
De bekende Johannes de Heer had dat wel begrepen. Hij nam lied 166 op in zijn bundel (hoe toepasselijk ooit geschreven voor het Leger des Heils):

Grijp toch de kansen door God u gegeven
Kort is uw zijn hier de tijd snelt daarheen
Wat toch blijft over o zeg van dit leven
D' arbeid der liefde gedaan om u heen
Niets is hier blijvend niets is hier blijvend
Alles hoe schoon ook zal eenmaal vergaan
Maar wat gedaan werd uit liefde tot Jezus
Dat houdt zijn waard' en zal blijven bestaan

Tot slot nog even over die wereldleiders en wat ons te wachten staat. Laat ons dat niet verontrusten maar juist in beweging zetten. Jezus waarschuwde in Mattheus 24:6 al voor onrustige tijden die zouden aanbreken. En lees ter bemoediging ook eens Psalm 2 die afsluit met: “welzalig die tot Hem de toevlucht nemen!”.

Peter Stoter is algemeen secretaris van Unie-ABC. 

Opgejaagd om gelukkig te zijn

Ik heb een aantal jaar in het voortgezet onderwijs gewerkt. Misschien is het voor de leerlingen en mijzelf beter dat het bij een aantal jaar gebleven is. Maar even los daarvan. Wat me daar opviel is het hellend vlak van de strijd om aandacht en motivatie. Zeg nou zelf... In mijn ongeëvenaard prachtige vak vouwt de wereld zich voor je open. Maar deze lange-termijn-winst van het toegewijd en ijverig leren moet wedijveren met korte-termijn-beloning en primaire impuls-bevrediging. Bedenk daarbij dat het hersengedeelte dat voor impulscontrole verantwoordelijk is, onze prefrontale cortex, pas rond je 25e volgroeid is. Dat lijkt een besloten strijd, of in ieder geval een uphill battle. Het beeld dat me te binnen schiet is van een snelle auto met de terugtraprem van een fiets. Ga er maar aan staan.

Net zo verslavend als drugs

Als we, met dat in het achterhoofd, nou eens een gigantisch sociaal experiment op zouden zetten. Wat zou er gebeuren als we kinderen vanaf twaalf jaar (of jonger) zouden blootstellen aan een middel dat net zo verslavend is als drugs. Iets wat enorm op hun beloningssysteem inwerkt en ze met elke dosis impulsbevrediging doet verlangen naar meer. Iets wat hun neuroplasticiteit kaapt en inzet om alleen nog maar meer neurale verbindingen aan te leggen die voorsorteren op impulsbevrediging. En wat als we dat dan 24/7 beschikbaar maken?

En, o ja, dit middel hijackt niet alleen hun brein, het voedt datzelfde brein non-stop met content waardoor het gaat geloven dat individuele, authentieke zelfverwezenlijking de grote opdracht van het leven is. Iets waarvoor het eigen zelf 100% verantwoordelijk is. Dit wordt nu de noemer waar alles onder valt. De slavendrijver die je opjaagt om gelukkig te zijn, fantastische ervaringen te hebben, goed te presteren op school, geliefd te zijn door je vrienden, altijd op de hoogte te zijn, een gezond geestelijk leven te hebben en te werken aan je mentale welzijn, een goede baan te krijgen, de wereld te veranderen. Kortom, op alle fronten geslaagd te zijn. Zelfs falen moet in dit wereldbeeld functioneel zijn. Je moet lessen trekken, er sterker uitkomen, etaleren hoe deze kwetsbaarheid je authentieker mens maakt. — En in de tussentijd heb je dat verslavende middel steeds meer nodig als een anestheticum, iets om je af te leiden van het hier en nu, van dat onverbiddelijk opgejaagde gevoel. Het is verworden tot een tweede natuur. En zelfs als je wel beter weet, zou je niet meer weten hoe.

Prangende thema's bij twintigers

Misschien voelt dit zwaar aangezet, maar bovenstaande is het beeld wat naar boven komt in de gesprekken met Gen Z. In onze Leerhub hebben we iedere zes weken een aantal twintigers aan tafel om te horen wat nou de prangende vragen en thema’s zijn die in hun leven spelen. Dit is de generatie die groot geworden is met een smartphone in de handen. Een generatie die gekenmerkt wordt door de verinnerlijkte opdracht tot zelfverwezenlijking, iets waarvan ‘Gods plan met je leven’ al snel een geestelijke variant wordt. Een generatie die naarstig op zoek is naar zin- en betekenisgeving, waar zelfs Jezus instrumenteel kan worden in ‘project zelf’ — iets wat overigens niet beperkt is tot twintigers.

Door dit alles heen klinkt een hunkering naar authentieke verbondenheid en gemeenschap, een plek die niet primair draait om mij, een plek om bevrijd te zijn van de nooit aflatende opdracht tot ‘zelf'. Een plek waar begrip is voor het feit dat de kerk zo snel nóg een item wordt op een eindeloze lijst van verwachtingen. Een plek, wellicht, waar het goede nieuws van Jezus als Heer belichaamd wordt door mensen die nog niet verleerd zijn om de ander te zien. Iemand die de ander kan ontmoeten op de plek waar ze is, in plaats van waar ze nog naartoe moet groeien. Zodat Christus present kan zijn in de ont-moet-ing en Zijn “kom tot mij” kan laten klinken.

Als ik iets meeneem uit de Leerhub-ervaringen is het verbazing over het gemak waarmee we ongekend diepe gesprekken kunnen voeren. Er blijkt niets meer nodig dan een maaltijd, een open blik en een oprecht verlangen de ander te zien. Laat je maar verrassen door de wereld die zich voor je openvouwt.

Bart de Zwaan is medewerker van het Seminarium en onderzoeker voor de JoVo Challenge.