Terug naar hoofdinhoud

Uitstelgedrag

Hoe komt het toch dat we de neiging hebben zo veel dingen uit te stellen? Uitstellen zie je op allerlei terrein. Leren voor een proefwerk op school, daar begon je zo laat mogelijk mee. Het is pas overmorgen, mam…  Ik heb nog even… Maar ook als volwassene kom je het tegen: Wanneer ga je het gras maaien? Ach… Of de zolder opruimen. Of de kozijnen van het huis schilderen, omdat de verf er al afgebladderd is.

Er zijn natuurlijk allerlei goede redenen om dingen uit te stellen. Sommige redenen zijn serieus, andere zijn meer smoezen. Je kunt ergens vreselijk tegenop zien. Bijvoorbeeld om een moeilijk gesprek met iemand aan te gaan. Of je kunt het enorm druk hebben, met een overvolle agenda. Maar uitstel kan ook te maken hebben met een chaotisch karakter (overigens vaak wel lekker creatief) of domweg met ongemotiveerdheid.

Al in de bijbel kom je uitstelgedrag tegen. Koningen die dachten, het zal mijn tijd wel duren. Dreiging van vijanden, ach… Maar tegelijk is het zoals Salomo in het boek Prediker zegt: Wie altijd op de wind let, komt nooit aan zaaien toe (Pred. 11:4). Ook Jezus wijst in het Nieuwe Testament op uitstelgedrag. In de gelijkenis van de verontschuldigingen (Luc. 9: 59-62) hebben mensen allerlei redenen om niet gelijk met Jezus op pad te gaan. En die redenen klinken best plausibel, je vader begraven, afscheid nemen van vrienden, etc.. Maar Jezus legt wel de vinger op de zere plek. Er is altijd wel wat. Wil je meegaan? Wil je werkelijk volgen?

Uitstelgedrag zie je ook heel vaak als het gaat om gemeenten. Soms in het klein. Soms in het groot. In het klein als het gaat om individuele keuzes. Een keus maken voor Jezus. Het besluit om je te laten dopen. Of om meer bijbel te lezen. Of om het goed te maken met mensen. Noem maar op. Dat zijn individuele keuzes.

Maar je ziet uitstelgedrag ook in wat groter verband binnen gemeenten. Elke gemeente wil groeien. Natuurlijk, we willen maar wat graag de zegen van de Heer ontvangen. En een gemeente zijn die tot zegen is voor haar omgeving. Maar wat heb je er voor over? Wat ga je doen? Daar komen dan de vragen. Waar halen we tijd vandaan? En wat als onze gemeente gaat veranderen? Nieuwe mensen brengen een nieuwe sfeer, komen met andere vragen. En ze hebben misschien wel een andere mening…

Uitstelgedrag, zoveel plausibele redenen op allerlei terrein om iets niet te doen. Tegelijk, er is ook de andere kant, dat is de roepstem van Jezus. Dat geldt voor ons eigen persoonlijke leven. Het geldt ook voor de gemeente als geheel. Vanuit Unie-ABC wordt momenteel een handreiking aan kleine gemeenten geboden om te zien hoe er nieuwe wegen kunnen worden gevonden. Hoe kun je een groeiende gemeente worden die van betekenis is voor de plaats waarin je staat? Het is een voorbeeld hoe je als gemeente aan de slag kunt gaan. Laat zo’n kans niet liggen. Stel niet uit. De Heer wil grote dingen gaan doen. Juist nu. Juist in deze tijd.

Laat dat de uitdaging zijn. Hoe kun jij vandaag Gods rijk helpen bouwen? Stel je dingen uit, of ben je juist vandaag een instrument in handen van de Heer?

Harm Jut

Tegen de macht van de oligarchen: Paulus en de hal van Tyrannus

Onze wereld wordt steeds meer bepaald door oligarchen. Niet zomaar rijke mensen, maar een kleine kring van extreem vermogende machthebbers die met geld, technologie en politieke invloed de richting van de samenleving sturen. Ze bouwen geen paleizen meer, maar ecosystemen van data, algoritmes, sociale netwerken en AI-modellen. Hun macht is minder zichtbaar dan die van koningen, maar misschien juist daarom gevaarlijker.

De oligarch van vandaag zegt niet: “Ik bezit land.” Hij zegt: “Ik bezit de infrastructuur waarop jij leeft.” Hij beheert de ruimte waarin wij communiceren, lezen, kopen en stemmen. En hij bepaalt niet alleen wat wij gebruiken, maar steeds vaker ook hoe wij kijken. Dat is macht over aandacht. Macht over verlangen. Macht over verbeelding.

En daar wordt het theologisch spannend.

De Bijbel is altijd wantrouwig tegenover macht die zich ophoopt in één centrum. Babel is het oerbeeld: mensen die samenkomen om een naam voor zichzelf te maken. Farao is het politieke beeld: een systeem dat lichamen nodig heeft voor de glorie van één man. Nebukadnessar is het imperiale beeld: een gouden beeld waarvoor iedereen moet knielen. Telkens opnieuw laat de Schrift zien wat er gebeurt wanneer macht niet gedeeld, begrensd en verantwoord wordt: mensen worden middelen, de armen verdwijnen uit beeld, waarheid wordt propaganda.

Oligarchie is dan ook geen bijzaak. Het is een geestelijke misvorming. Macht zonder gemeenschap. Invloed zonder verantwoording. Visie zonder nederigheid. De oude leugen in een nieuw jasje: “Je zult als God zijn.”

Paulus in Efeze

Juist daarom vind ik Handelingen 19 zo fascinerend. Paulus komt in Efeze, een stad vol geld, religie, handel en macht, waar economie en godsdienst diep met elkaar verweven zijn. Het evangelie raakt daar niet alleen individuele zielen, maar ook de machtsstructuren van de stad.

En wat doet Paulus? Hij bouwt geen imperium. Hij begint geen persoonlijk merk. Wanneer de weerstand groeit, grijpt hij niet harder naar controle. Hij opent een ruimte. Hij neemt de leerlingen mee en gaat dagelijks in gesprek in de hal van Tyrannus.

Een ongemakkelijke vraag voor de kerk

Hier ligt ook een ongemakkelijke vraag voor de kerk. Want eerlijk gezegd: wij zijn niet immuun voor oligarchisch denken. Ook in de kerk houden we van sterke mannen, grote namen, zichtbare platforms en indrukwekkende strategieën. We zeggen dat Christus het hoofd is, maar ondertussen bouwen we soms structuren waarin één stem te groot wordt, één visie te dominant, één merk te onaantastbaar.

Het evangelie beweegt anders. Niet vanuit één centrum dat alles bestuurt, maar als een lichaam waarin de Geest gaven uitdeelt aan velen. De kerk is geen piramide met een religieuze CEO aan de top. Zij is een lichaam, en een lichaam leeft alleen wanneer de leden samenwerken.

De vrucht van Paulus’ werk in Efeze was niet dat iedereen naar Paulus bleef kijken, maar dat “alle inwoners van Asia” het Woord hoorden. Dat kan nooit door één man zijn gebeurd. Dat vraagt vermenigvuldiging. Gedeelde missie. Een gemeenschap zo diep gevormd dat het evangelie door vele levens heen gaat stromen.

Technologie: niet angstig, maar scherp

Dit vraagt ook om een kritische houding tegenover technologie. Niet angstig, niet nostalgisch, maar geestelijk scherp. Want technologie is nooit neutraal. Zij draagt een mensbeeld in zich. Zij vormt ons geduld, onze aandacht, onze taal en onze relaties. Als de kerk wel leert hoe ze haar werk kan vereenvoudigen met AI, maar nauwelijks leert vragen wie deze systemen bouwt en welk mensbeeld ze versterken, missen we iets wezenlijks.

Paulus koos in Efeze voor een andere weg. Dagelijks gesprek. Twee jaar lang. Geen virale doorbraak, maar volhardende vorming. Geen spectaculaire machtsgreep, maar een gemeenschap rond het Woord. Dat is geen romantiek. Dat is verzet. In een wereld van oligarchen is samen leren een daad van verzet. In een wereld van platforms is lokale gemeenschap een daad van verzet. In een wereld van schaalvergroting is wederkerigheid een daad van verzet. In een wereld van kunstmatige almacht is afhankelijkheid van Christus een daad van verzet.

De toekomst behoort aan Christus

De kerk hoeft niet groter te dromen op de manier waarop oligarchen groter dromen. Wij getuigen van een andere Heer. Een Heer die zijn macht niet gebruikte om zichzelf te verhogen, maar zichzelf gaf. Een Heer die geen oligarchie stichtte, maar een tafel opende. Een Heer die geen imperium bouwde, maar een lichaam vormde.

Misschien is dat vandaag onze roeping: opnieuw hallen van Tyrannus openen. Plaatsen waar mensen niet worden gereduceerd tot consumenten, gebruikers of data, maar gevormd worden als leerlingen van Jezus. Plaatsen waar we samen leren onderscheiden, volharden, spreken en dienen.

Want de toekomst behoort niet aan de oligarchen.

De toekomst behoort aan Christus.

Gemeente(n) van gelovigen: isolement, instituut of in verbinding?

Gemeente van gelovigen

Eén van de wezenskenmerken (volgens Olof de Vries zelfs hét kenmerk[1]) van baptisten is dat zij gemeenten van gelovigen zijn. In deze visie wordt Christus’ aanwezigheid in de kerk zichtbaar door de lokale gemeente die samenkomt onder leiding van de Geest, die alle gelovigen leidt. Hiermee leggen we andere accenten dan bijvoorbeeld Rooms-Katholieken (de sacramenten staan centraal) en gereformeerden (de Woordbediening staat centraal).

Lees verder

Afscheid van een geuzenmobiel

"Papa, dit kan écht niet meer!" moppert zoonlief (13), dubbelgevouwen op de achterbank. Zijn knieën porren mijn elleboog. Mijn vrouw en ik kijken elkaar betekenisvol aan: het is tijd om afscheid te nemen. Na jaren trouw dienst, is het tijd voor een ander. Maar wie wordt het? De Ford? Een Kia? Of toch Toyota?

Zeven jaar geleden stonden we voor dezelfde keuze. We reden destijds een bijna twintig jaar oude stationwagen zónder trekhaak — en die zouden we nodig gaan hebben. Na een lange zoektocht merkte ik dat mijn eisen steeds verder begonnen op te schuiven. De auto's op mijn lijstje werden mooier en moderner. Toen belde de automonteur: hij had toevallig dezelfde auto staan als wij, maar dan mét trekhaak. Konden we niet ruilen? Bij de proefrit bleek het model een stuk ouder te zijn en veel minder opties te hebben. Au. Maar vooruit: wél een trekhaak. Best betaalbaar ook. Overleg met vrouwlief volgde. Zij stelde de vraag waar het allemaal mee begon, en die ik alweer was vergeten:

"Wat hadden we nodig?"

Een trekhaak.

"Zit die op die auto waar je bent gaan kijken?"

Ja.

"Doen we die dan?"

Dat doet wel een beetje pijn, want ik heb inmiddels mooiere auto's en opties gezien...

"Maar misschien is het dan juist goed voor je?"

En zo reden we de afgelopen zeven jaar rond in een pakweg vijfentwintig jaar oude auto. Ieder jaar namen de reacties toe — eerst van familie en vrienden, later ook van vreemdelingen: "Rijden jullie nóg steeds zo’n oude auto?" Langzaam werd ons brik voor steeds meer mensen een reliek uit vervlogen tijden, waarin een mens nog tevreden kon zijn met stuurbekrachtiging, airco en cruisecontrol. Zaken die voor ons nog altijd luxe voelen, maar inmiddels zijn ingehaald door camera’s, stoelverwarming en geïntegreerde mediasystemen.

Op vakanties in Frankrijk werd ik regelmatig aangesproken door medelanders. Stille feedback verpakt als compliment: "Zo, jij durft!" Ik durf wat? "Dat je met zo'n oude auto helemaal hierheen durft te rijden!" Als ik dan uitlegde dat heel Nederland het twintig jaar geleden massaal met diezelfde auto deed — ons brik was de bestverkochte auto rond de millenniumwisseling — leek er iets van begrip te volgen.

Langzaam realiseerden wij ons dat onze auto een steen des aanstoots was geworden: een monument van tevredenheid met kleine en gewone dingen, een stil protest tegen de heersende gedachte dat alles maar mooier, beter, breder en luxer moet. Zodra dit besef begon te landen, groeide onze liefde voor het ding sneller dan z'n koplampen konden vergelen. Iedere afkeurende blik bevestigde ons commitment aan het brik. Onze grijze muizenmobiel bracht ons immers trouw van A naar B — veilig, zuinig en goedkoop. Wat meer kan een mens wensen?

Beenruimte. Dat onze oudste vrij lang voor zijn leeftijd zou worden, hadden we even niet bedacht. Dat zijn vader het ook is, beperkte de onderhandelingsruimte in de auto zelf. Pas toen ik zelf een keer op de achterbank ging zitten, durfde ik onder ogen te zien wat zoonlief al tijden riep: het is tijd voor wat anders.

Opnieuw volgde een uitvoerige zoektocht. Wie mij een beetje kent, weet dat ik daar uitgebreide berekeningen en beslismatrijzen op nahoud. Gloria in excelsheets Deo! Na maanden zoeken komt daar een auto uit die haaks staat op alles waar ons brik voor staat: groter, elegant, luxe, met alle toeters en bellen waar ik tot voor kort niets van wilde weten.

Ik vertel mezelf dat het de meest robuuste, solide keuze is. Dat ik niet verliefd ben geworden. Dat deze auto technisch de beste optie is met het oog op de toekomst, en zuiniger en milieuvriendelijker dan de meeste alternatieven. Enzovoorts.

En toch sterft er iets jeugdigs, iets van idealistisch verzet, zelfs iets profetisch, als wij volgende week de sleutels van ons brik inleveren en ineens weer mogen genieten van zaken als centrale deurvergrendeling. We gunnen onszelf dat ook wel. Maar ons brik stond voor een manier van in het leven die voor ons verbonden is aan hoe wij naar het Koninkrijk van God kijken. Het was voor ons het tweede deel van Matteüs 6 op wielen.

Dit is geen ode aan het brik zelf, maar aan de manier van leven die het vertegenwoordigde. Daaraan verandert verder hopelijk niet zoveel. Ik troost mezelf met de gedachte dat onze 'nieuwe' over tien jaar opnieuw een brik zal zijn, tot aanstoot van velen. Ik zie er nu al naar uit.

Marijn Vlasblom is docent aan het Seminarium en betrokken bij de Jongvolwassen Challenge. 

Gods goede zegen in een vergrijzende gemeente

Een mooi gesprek in een gemeente

Toen ik vorige week in één van onze gemeenten was, kwam er iemand naar mij toe die wat aarzelend vroeg: ‘jij bent toch ook van Samen Jong?’ Ze vertelde het verhaal van hun gemeente die sterk aan het vergrijzen was. Ze vertelde ook hoe ze als gemeente met behulp van Samen Jong nu ervaren dat er steeds meer jongeren in de gemeente zijn en betrokken zijn in het gemeenteleven. Het plezier waarmee ze dit aan mij vertelde raakte mij en ik merkte naast de vreugde ook een nieuwe hoop in haar verhaal. God kan steeds weer leven geven en vernieuwen. Ik hoop dit verhaal binnenkort wat uitvoeriger te kunnen delen.

Voor de duidelijkheid: ik heb niets tegen grijze haren, ik zit zelf ook zo ongeveer in mijn ‘zilveren fase’. Elke generatie is waardevol in de gemeente. Ik merk daarbij wel dat veel vergrijzende gemeenten verlangen naar meer  betrokkenheid van jongeren en het is mijn ervaring dat diversiteit tot zegen kan zijn voor elke gemeente.

Dit gesprek was een bemoedigend voor mij omdat ik van dichtbij kon ervaren dat een gemeente met alle generaties voor iedereen iets extra’s van God kan laten zien. Het geeft nieuwe inzichten in wie God is voor alle verschillende mensen in de gemeente. Ouderen laten zien dat God trouw is door de tijd heen. Zij kunnen getuigen van Gods grootheid een leven lang. Jongeren kunnen laten zien dat God ook weer nieuwe generaties op een frisse manier kan aanspreken. En niet alleen de variatie jong en oud is verrijkend voor de gemeente. Ook andere vormen van diversiteit kunnen de veelkleurige wijsheid van God laten zien.

De ervaring van Paulus

Toen ik de afgelopen maanden een studie deed over de Efezebrief raakte mij dit besef bij Paulus. In de eerste hoofdstukken schets hij de centrale positie van Christus (hoofd). Voor alle mensen - dat betekende daar Joden en niet-Joden (2:14) - werd hij de verbinding tot God en tot elkaar. Maar ook in alle tijden heeft Christus de centrale positie. Voordat de wereld werd gegrondvest tot op de dag van vandaag en tot de dag dat er straks overal vrede en gerechtigheid zullen heersen. In Christus maakt God waar: ‘Uit Hem door Hem en tot Hem zijn alle dingen’ (Rom.11:33).

Hoe bijzonder is dit besef voor de Joodse Bijbelgeleerde Paulus, die de geschiedenis kent en altijd heeft gehoord over Gods grote daden in het verleden en over Gods belofte van de gezalfde. Als een fanatieke farizeeër wordt hij getroffen door het licht van Christus. Toen ging er een wereld voor hem open en viel alles samen met wat hij als wist. Het besef van alle mensen in Christus verbonden en Christus in alle mensen zichtbaar, dringt tot hem door als hij de brief schrijft. Zo valt hij in verwondering op zijn knieën (3:14) en bidt voor de gemeente, voor de eenheid en aanvulling van alle gelovigen die met elkaar de onmetelijke liefde van Christus zullen kennen die alle kennis te boven gaat en zo vol zullen worden van God. Dit is toch een groots en meeslepend verhaal? Paulus ziet dit voor zijn ogen gebeuren. Een God die mensen uit alle volken en talen met verschillende achtergronden verbindt in Christus en vol maakt van Hemzelf. Het gebed van Jezus tot zijn Vader gaat zo in vervulling: ‘Laat hen allen één zijn, Vader. Zoals U in Mij bent en ik in U, laat hen zo ook in Ons zijn, opdat de wereld gelooft dat U Mij hebt gezonden’(Joh.17:21). Samen als eenheid in verscheidenheid, transformeren we door de liefde van Christus en door zijn Geest in ons, naar zijn beeld. Hoe mooi is dat!

Het Samen Jong Praktijkboek

Dit besef was ook mijn diepste motivatie, toen we 13 februari met veel plezier en diepe dankbaarheid ons Samen Jong praktijkboek mochten presenteren. Mijn diepste wens bij alles wat we met Samen Jong mogen doen is, dat de generaties met elkaar verbonden in Christus worden en Christus zichtbaar is in elke generatie. Het maken van dit praktijkboek was een samenwerking tussen onze studenten, wij als begeleiders onder leiding van Sabine van der Heijden (CHE), maar het hart van al deze interkerkelijke inzet was toch het gezamenlijke verlangen en hoop dat de verbinding (eenheid) tussen alle generaties verrijkend zou zijn voor iedereen en dat Christus zo zichtbaar mag worden in zijn gemeenten.

Na twee maanden is het stof neergedaald en zijn de eerste reacties op het praktijkboek binnen. Ook daarin is veel diversiteit te beluisteren. Het is een duidelijk boek met een duidelijke structuur op de manier van ‘waarderende gemeenteopbouw’ en een ‘bak aan ideeën en voorbeelden’. Maar voor sommigen kan het ook wat te veel of te hoog gegrepen zijn, soms ook erg technisch gericht op verandering van de gemeente. Ik heb veel begrip voor al deze geluiden. Ondanks onze inspanningen om er een werkbaar boek van te maken voor zoveel mogelijk mensen, kan het soms ook erg veel van iets zijn. Waar begin je dan, hoe krijg je anderen hierin mee en hoe maak je het voor je eigen betrokkenheid bij de gemeente weer praktisch en ‘down to earth’? Dit zijn herkenbare vragen en goed om hierover in gesprek te blijven en elkaar te ondersteunen als dit nodig is.

Resoneren

Ik merk zelf dat ik ook weer moet landen na mijn ‘hyperfocus’ op het Samen Jong praktijkboek. Het begon voor mij al in 2014 toen we met collega’s de moeite van vergrijsde gemeenten signaleerden. ‘Hoe kunnen we voor hen iets betekenen?’, was de grote vraag waarmee we project ‘Groentjes’ zijn gestart. Collega Wout Huizing richtte zich op de openheid om hierover als gemeente met elkaar in gesprek te gaan en ik richtte mij toen met ‘intergeneratieve gemeente’ op de verbinding tussen generaties. We hielden workshops en maakten een ‘Toolbox’ voor onze gemeenten. Dit liep in 2016 naadloos over in Growing Young en later in Samen Jong. Na alle gesprekken, studies, workshops, trajecten en boeken die we met het Missie Nederland netwerk hebben ‘geproduceerd’ rondom Samen Jong, is er bij mij naast diepe dankbaarheid ook wat meer behoefte aan een stapje terug, naar reflectie. Ik ben blij dat de leergemeenschap Samen Jong een vervolg krijgt in het volgende seizoen, maar ik merk een verlangen om meer tijd te besteden aan het luisteren naar wat er onder mensen in de gemeenten leeft. Iets wat socioloog Harmut Rosa resoneren noemt. Even meer afstand tot de theorie en methode en meer in mijn ervaring ontvankelijk zijn voor alle indrukken van de mensen uit de praktijk van onze gemeenten en wat God daarin laat zien: horizontaal, diagonaal en verticaal resoneren, noemt Rosa dit. J

Toewijding, dapperheid en creativiteit in gemeenten

En dan zie ik dit verhaal waar ik mijn blog mee begon als een bijzondere bevestigende ervaring. De  gemeente beseft hun vergrijzing en gaat het gesprek met elkaar aan met de vraag, hoe kunnen we een gemeente worden met alle generaties? Vervolgens komt er iemand op het idee om met elkaar het boek van Samen Jong te lezen. Naar aanleiding van het lezen van het boek komen er ideeën op die de gemeente in de praktijk heeft gebracht. Niet met veel gewicht, niet met banners van ‘Samen Jong’ in de hal, maar  stapje voor stapje wat voorstellen doen om jongeren te betrekken en dit ook in praktijk te brengen. Zo kan het ook gaan. Van deze toewijding, dapperheid en creativiteit kan ik enorm genieten.

Ook het tweede boek hebben ze aangeschaft, vertelde ze mij. Misschien pakken ze dit dan nog meer op vanuit waarderende gemeenteopbouw. Misschien melden ze zich aan voor de leergemeenschap. Misschien ook helemaal niet. Dat ligt er maar net aan hoe dit in de gemeente wordt ontvangen en wat ze kunnen opbrengen. Maar ze zullen er vast uithalen wat aanspreekt, wat ze van God hierin ontvangen en wat ze kunnen uitwerken. En zo brengen ze in de praktijk wat waarderend werken ook als uitgangspunt heeft: onderzoeken vanuit de vraag hoe we gemeente kunnen zijn met alle generaties, luisteren naar elkaar en naar God en met elkaar in gesprek gaan geeft al verandering in de gemeente.

Mijn gebed

Zo is het mijn wens dat we met elkaar vanuit het hart van het gebed van Jezus bruggen slaan tussen alle generaties. In een samenleving waar in de spanning lijkt toe te nemen en waarin steeds meer in polariteiten en bubbels de relaties dwars kunnen zitten, mogen we deze verbinding oefenen met alle generaties als het getuigenis van de eenheid in Christus.  

Vind als gemeente je eigen weg met elkaar en met God

Mooi als Samen Jong daartoe mag bijdragen. Laat je daarbij niet afschrikken van termen, van stappen van methodieken, van technische taal. Probeer je te verdiepen in het boek, maak het behapbaar, ga met elkaar in gesprek, luister naar God en naar elkaar en breng in praktijk wat daaruit komt. Deel dat ook met anderen in de gemeente en ga erover in gesprek. Deel ook je verlangens voor de gemeente en breng dat ook met elkaar in gebed tot God. Het is God die zowel het verlangen als het doen in ons uitwerkt (Fil.2:13).

Welkom om het aan mij te vertellen

En wil je er met mij over van gedachten wisselen of heb je vragen naar de leergemeenschap, dan ben je altijd welkom. En… zijn jullie hier als gemeente al bezig met het gesprek of zelfs met stappen te zetten, ik hoor heel graag jullie verhaal om dit ook weer te kunnen delen en mezelf en anderen hiermee te inspireren. Zo kunnen we met elkaar getuigen van een levende God die ons elke dag weer vernieuwd.

Tot slot nog een mededeling dat we met het netwerk binnen Missie Nederland bezig zijn met de Jeugdtrends 2026: wat houdt jongeren bezig en hoe kunnen we hier mee omgaan? Als je bij de presentatie wil zijn, kun je de datum van 29 mei reserveren. Je kunt ook de Unie-ABC app in de gaten houden voor meer info en het eindresultaat.

Ronald van den Oever is jeugdwerkadviseur Unie-ABC en docent aan de Jongerenwerkersopleiding van het Evangelisch College

Linkjes Samen Jong

Samen Jong Missie Nederland; https://www.missienederland.nl/nl/samenjong

Wat gebeurt er in onze gemeenten met Samen Jong? https://www.unie-abc.nl/14-blogs/621-wat-gebeurt-er-in-onze-gemeenten-met-samen-jong?highlight=WyJyb25hbGQiLCJ2YW4iLCJkZW4iLCJvZXZlciJd

Hoe krijgen we onze jongeren weer in de kerk? https://www.unie-abc.nl/14-blogs/990-hoe-krijgen-we-onze-jongeren-weer-in-de-kerk?highlight=WyJyb25hbGQiLCJ2YW4iLCJkZW4iLCJvZXZlciJd

Jeugd in de kerk, houd ze erbij? https://www.unie-abc.nl/14-blogs/177-jeugd-in-de-kerk-houd-ze-erbij?highlight=WyJyb25hbGQiLCJ2YW4iLCJkZW4iLCJvZXZlciJd