Terug naar hoofdinhoud

Afscheid van een geuzenmobiel


Geschreven door Marijn Vlasblom

21 april 2026
Geplaatst op 21 april 2026

"Papa, dit kan écht niet meer!" moppert zoonlief (13), dubbelgevouwen op de achterbank. Zijn knieën porren mijn elleboog. Mijn vrouw en ik kijken elkaar betekenisvol aan: het is tijd om afscheid te nemen. Na jaren trouw dienst, is het tijd voor een ander. Maar wie wordt het? De Ford? Een Kia? Of toch Toyota?

Zeven jaar geleden stonden we voor dezelfde keuze. We reden destijds een bijna twintig jaar oude stationwagen zónder trekhaak — en die zouden we nodig gaan hebben. Na een lange zoektocht merkte ik dat mijn eisen steeds verder begonnen op te schuiven. De auto's op mijn lijstje werden mooier en moderner. Toen belde de automonteur: hij had toevallig dezelfde auto staan als wij, maar dan mét trekhaak. Konden we niet ruilen? Bij de proefrit bleek het model een stuk ouder te zijn en veel minder opties te hebben. Au. Maar vooruit: wél een trekhaak. Best betaalbaar ook. Overleg met vrouwlief volgde. Zij stelde de vraag waar het allemaal mee begon, en die ik alweer was vergeten:

"Wat hadden we nodig?"

Een trekhaak.

"Zit die op die auto waar je bent gaan kijken?"

Ja.

"Doen we die dan?"

Dat doet wel een beetje pijn, want ik heb inmiddels mooiere auto's en opties gezien...

"Maar misschien is het dan juist goed voor je?"

En zo reden we de afgelopen zeven jaar rond in een pakweg vijfentwintig jaar oude auto. Ieder jaar namen de reacties toe — eerst van familie en vrienden, later ook van vreemdelingen: "Rijden jullie nóg steeds zo’n oude auto?" Langzaam werd ons brik voor steeds meer mensen een reliek uit vervlogen tijden, waarin een mens nog tevreden kon zijn met stuurbekrachtiging, airco en cruisecontrol. Zaken die voor ons nog altijd luxe voelen, maar inmiddels zijn ingehaald door camera’s, stoelverwarming en geïntegreerde mediasystemen.

Op vakanties in Frankrijk werd ik regelmatig aangesproken door medelanders. Stille feedback verpakt als compliment: "Zo, jij durft!" Ik durf wat? "Dat je met zo'n oude auto helemaal hierheen durft te rijden!" Als ik dan uitlegde dat heel Nederland het twintig jaar geleden massaal met diezelfde auto deed — ons brik was de bestverkochte auto rond de millenniumwisseling — leek er iets van begrip te volgen.

Langzaam realiseerden wij ons dat onze auto een steen des aanstoots was geworden: een monument van tevredenheid met kleine en gewone dingen, een stil protest tegen de heersende gedachte dat alles maar mooier, beter, breder en luxer moet. Zodra dit besef begon te landen, groeide onze liefde voor het ding sneller dan z'n koplampen konden vergelen. Iedere afkeurende blik bevestigde ons commitment aan het brik. Onze grijze muizenmobiel bracht ons immers trouw van A naar B — veilig, zuinig en goedkoop. Wat meer kan een mens wensen?

Beenruimte. Dat onze oudste vrij lang voor zijn leeftijd zou worden, hadden we even niet bedacht. Dat zijn vader het ook is, beperkte de onderhandelingsruimte in de auto zelf. Pas toen ik zelf een keer op de achterbank ging zitten, durfde ik onder ogen te zien wat zoonlief al tijden riep: het is tijd voor wat anders.

Opnieuw volgde een uitvoerige zoektocht. Wie mij een beetje kent, weet dat ik daar uitgebreide berekeningen en beslismatrijzen op nahoud. Gloria in excelsheets Deo! Na maanden zoeken komt daar een auto uit die haaks staat op alles waar ons brik voor staat: groter, elegant, luxe, met alle toeters en bellen waar ik tot voor kort niets van wilde weten.

Ik vertel mezelf dat het de meest robuuste, solide keuze is. Dat ik niet verliefd ben geworden. Dat deze auto technisch de beste optie is met het oog op de toekomst, en zuiniger en milieuvriendelijker dan de meeste alternatieven. Enzovoorts.

En toch sterft er iets jeugdigs, iets van idealistisch verzet, zelfs iets profetisch, als wij volgende week de sleutels van ons brik inleveren en ineens weer mogen genieten van zaken als centrale deurvergrendeling. We gunnen onszelf dat ook wel. Maar ons brik stond voor een manier van in het leven die voor ons verbonden is aan hoe wij naar het Koninkrijk van God kijken. Het was voor ons het tweede deel van Matteüs 6 op wielen.

Dit is geen ode aan het brik zelf, maar aan de manier van leven die het vertegenwoordigde. Daaraan verandert verder hopelijk niet zoveel. Ik troost mezelf met de gedachte dat onze 'nieuwe' over tien jaar opnieuw een brik zal zijn, tot aanstoot van velen. Ik zie er nu al naar uit.

Marijn Vlasblom is docent aan het Seminarium en betrokken bij de Jongvolwassen Challenge. 

Afscheid van een geuzenmobiel