Wat gastsprekers zoal meemaken…
Geschreven door Marijn Vlasblom
Januari is voor preekplanners en voorgangers dé maand om de agenda voor het komende jaar te vullen. Via mailtjes en appjes wordt de dans der data zorgvuldig afgestemd, tot alle zon- en feestdagen zijn voorzien.
Zelf behoor ik inmiddels zo’n twee decennia tot de categorie gastsprekers. Het aantal ‘spreekbeurten’ tel ik niet meer — het zullen er honderden zijn. Vaak met veel genoegen, maar soms ook… anders.
Recent deelde ik een aantal ervaringen in een vriendengroep van theologen die allemaal gastspreker zijn. Tot mijn verrassing was de herkenning groot. Verhalen varieerden van hilarisch tot schrijnend, soms ronduit onveilig. Een kleine selectie:
- Je komt ruim op tijd binnen en krijgt vanuit de keuken toegeschreeuwd: “Je bent veel te laat man!” (Had de eigen mail niet gelezen.)
- Een belletje “even over de preek” van een gemeentelid. Ik had het vast goed bedoeld, maar sloeg de plank volledig mis — en diende vooral de tegenstander. Sloot af met: “Zegen nog in je bediening!”
- Ontvangst door een geluidsman die direct leegloopt in een tirade over de organisatie. Ook welkom.
- Een ontmoeting met zangleiders en technici die, ná het gebed om eenheid, ontaardt in een discussie over microfoons.
- Pianisten die feilloos aanvoelen wanneer jij je preek moet afronden.
- Iemand raakt gepikeerd over opmerkingen die verkeerd onthouden zijn en meld zich een paar dagen later vol frustratie in de inbox. Lang leve de livestream! “Oeps, sorry!”
- Warme uitnodigingen van gemeenten, gevolgd door acht mogelijke data in juli en augustus — of die ene zondag tussen kerst en oudjaar.
- Je bent gevraagd voor een gewone dienst, maar het blijkt ineens een jeugddienst. Of je ook kunt rappen?
- Iemand die gewoon even aan je vraagt: “Je zag er trouwens slecht uit. Gaat het wel goed met je?”
- Gemeenteleden die hun conflict schreeuwend uitvechten op de parkeerplaats. Inclusief publiek.
- En ja: mensen die na afloop vooral willen weten welk merk schoenen je draagt — om ze vervolgens exact na te kopen.
Daarom, enkele tips voor kerken die met gastsprekers werken.
1. Communiceer — maar met mate
Een mail vooraf met datum, locatie, tijden en rol in de liturgie is fijn. Iets over het jaarthema? Prima. Maar drie A4’tjes met gedetailleerde instructies, tot de gewenste preekstijl aan toe, is overvragen. Ook onhandig: vijf betrokkenen die ieder apart “even willen afstemmen”. Spreek af wie contactpersoon is en houd het beknopt.
2. Denk na over de ontvangst
Wie heet de gastspreker welkom? Hoe ziet het laatste halfuur eruit? Is er ruimte voor stilte en voorbereiding? Wordt koffie of thee aangeboden? En wie regelt het gebed met oudsten en zangleiders? Laat de gastspreker niet zelf zijn weg zoeken langs techniek en teams.
3. Stem tijden intern goed af
Verwacht je dat de gastspreker veertig minuten vooraf aanwezig is? Zorg dan dat anderen er ook zijn. Niets zo onnodig als irritatie omdat iemand denkt op tijd te zijn, terwijl de rest al in de stress zit.
4. Maak uiterlijk geen gespreksonderwerp
Opmerkingen over kleding, kapsel of schoenen zijn meestal overbodig. Opmerkingen als “Je ziet er vermoeid uit” zijn dat altijd. Vrouwelijke collega’s krijgen hier structureel meer van te verduren — vaak vlak voor de dienst. Hoe vinden we eigenlijk dat je met gastsprekers omgaat?
5. Check de feiten voordat je reageert
Wil je reageren op de preek? Mooi. Vraag wel even of dat nu kan. Sommigen staan daar direct voor open, anderen moeten eerst landen. Mails vol stellige meningen, zonder vragen — of over dingen die niet zijn gezegd — helpen niemand. Twee minuten de livestream terugkijken had vaak al veel frustratie gescheeld: werd écht gezegd wat je dacht dat gezegd werd? En als er een klacht binnenkomt bij jullie oudstenraad: stuur je die klakkeloos door, of neem je als raad ook verantwoordelijkheid?
6. Niet elke zondag kan het hele evangelie klinken
Aan een preek gaat minimaal 16 tot 24 uur voorbereiding vooraf. De uiteindelijke 20 à 25 minuten is slechts het topje van de ijsberg. We kunnen dus per definitie meer níét zeggen dan wel.
Opmerkingen als “Dit miste ik” kunnen terecht zijn — maar ook: er komen meer zondagen. Het evangelie is te groot om elke keer volledig te omvatten.
Voorgangers vangen veel wind. Dat weten we, en daar leiden we studenten ook voor op. Mijn vrienden en ik kunnen vaak lachen om de hilariteit en leren van de feedback. Wakker liggen doen we er niet van. Maar wij zijn rond de veertig. Met enige stevigheid. Wat als je beginnend voorganger bent? Student? Verlegen? Zenuwachtig? Of simpelweg even niet lekker in je vel?
We zijn niet van suiker, maar ook niet van beton. De vraag is simpel: hoe zou je zelf ontvangen willen worden?
Afgelopen jaar was ik te gast bij een gemeente waar een gastvrouw me al stond op te wachten. Jas werd aangenomen. Een vraag naar de reis. Koffie of thee? Daarna: “We hebben een ruimte voor je waar je even tot rust kunt komen.” Toen ik later mijn microfoon wilde ophalen: “Ben je mal, die kom ik straks wel brengen hoor!” Na afloop volgde een korte online enquête over ontvangst, afstemming en de dienst. Voor sommigen overdreven, maar hier was het doordacht. Een andere kerk biedt standaard een lunchpakket aan richting voorgangers.
Klinkt voor velen misschien zwaar overtrokken, maar zó kan het dus ook… Namens menig gastspreker zou ik willen zeggen: doe er je voordeel mee!
Marijn Vlasblom is docent aan het Seminarium, betrokken bij de Millenial Challenge en gastspreker.