Terug naar hoofdinhoud

Zijn we wel klaar voor nieuwe mensen?

Onlangs was ik in een kerk waar ze geconfronteerd worden met nieuwkomers. Niet één, twee of een paar, maar tientallen nieuwe mensen die binnenkomen zonder enige kerkelijke achtergrond.

Dat is natuurlijk geweldig. Veel kerken verlangen naar groei. Maar wat gebeurt er wanneer de komst van nieuwe mensen niet alleen mooi en bemoedigend is, maar het ook iets doet met de gemeente.

Zeker wanneer het gaat om mensen die niet in de kerk zijn opgegroeid. Mensen die Jezus pas recent hebben leren kennen of opnieuw op zoek zijn gegaan. Zij nemen niet automatisch alle gewoontes, gebruiken en (ongeschreven) regels over die voor anderen misschien heel vanzelfsprekend zijn geworden.

Nieuwkomers kijken anders. Ze stellen vragen. Soms heel eenvoudige vragen, maar juist daardoor heel belangrijke vragen. Waarom doen jullie dit eigenlijk zo? Waarom gebruiken jullie deze woorden? Waarom vinden jullie dit zo belangrijk?

Voor mensen die al jarenlang onderdeel zijn van een gemeente, soms zelfs hun hele leven, kan dat ingewikkeld zijn. Veel gewoontes zijn immers niet zomaar ontstaan. Ze zijn verbonden met herinneringen, overtuigingen en geloofservaringen.

Maar misschien is het juist een zegen wanneer nieuwe mensen ons helpen opnieuw na te denken over dingen waar we al lang niet meer over hebben nagedacht. En uiteindelijk het allerbelangrijkste: kunnen we nog uitleggen wie Jezus voor ons persoonlijk is?

Die vragen raken niet alleen de kerkdienst op zondagmorgen. Ze raken de hele manier waarop we gemeente zijn. Natuurlijk zeggen we dat iedereen welkom is, maar wat bedoelen we daar precies mee? Zijn nieuwe mensen welkom zolang ze zich aanpassen aan hoe wij het gewend zijn te doen? Of zijn ze ook welkom wanneer hun aanwezigheid onze groepen, gesprekken en gewoontes verandert?

Wat gebeurt er wanneer iemand in een Bijbelstudie vragen stelt die voor anderen misschien vanzelfsprekend lijken? Wat gebeurt er wanneer iemand de kerkelijke taal niet begrijpt? Echte gastvrijheid is meer dan iemand vriendelijk begroeten bij de deur of een plek aanbieden in de zaal. Het betekent dat iemand daadwerkelijk onderdeel kan worden van de gemeenschap.

Ook in het Nieuwe Testament zien we hoe de komst van nieuwe gelovigen bestaande gemeenten voor wezenlijke vragen stelde. In Handelingen 15 gaat het om niet-Joodse mensen die tot geloof in Jezus kwamen. De vraag was of zij eerst Joods moesten worden - inclusief besnijdenis en het houden van de wet - om werkelijk bij Gods volk te horen. De apostelen en oudsten kwamen tot de overtuiging dat zij geen onnodige last op deze nieuwe gelovigen mochten leggen. Daarmee moesten de eerste christenen scherp onderscheid maken tussen de kern van het evangelie en wat verbonden was met hun eigen vertrouwde religieuze en culturele achtergrond.

Ook Paulus houdt rekening met mensen die van buiten de gemeente binnenkomen. In 1 Korinthe 14 schrijft hij over de samenkomsten van de gemeente en stelt de vraag wat er gebeurt wanneer iemand aanwezig is die niet vertrouwd is met wat er gebeurt.

Wat mij hierin raakt, is dat Paulus er kennelijk rekening mee houdt dat zulke mensen binnenkomen. De samenkomst is gericht op aanbidding van God en de opbouw van de gemeente, maar Paulus vraagt tegelijk aandacht voor begrijpelijkheid. Kan iemand die nieuw binnenkomt ontdekken dat God aanwezig is?

Volgens mij blijft dat een belangrijke vraag voor iedere kerk vandaag. Elke kerkdienst, waar dan ook, zou volgens mij (mede) gericht moeten zijn op mensen die nieuw zijn. Mensen die zoeken. Mensen die misschien voor het eerst sinds lange tijd of zelfs voor het eerst in hun leven een kerk binnenkomen.

Dat betekent niet dat een kerkdienst oppervlakkig moet worden of dat alles aangepast moet worden aan bezoekers. Integendeel. Mensen zoeken vaak juist echtheid, inhoud en een ontmoeting met God. Maar de vraag is wel: kunnen ze begrijpen wat er gebeurt?

Misschien begint het zelfs nog een stap eerder. Verwachten we eigenlijk nog wel dat er mensen binnenkomen die Jezus niet kennen?

Ik ken gemeenten waar regelmatig nieuwe mensen binnenkomen. Mensen die geraakt worden door Jezus, die groeien in geloof en vervolgens zelf weer anderen meenemen. Tegelijk ken ik ook gemeenten waar bijna nooit iemand zonder kerkelijke achtergrond binnenstapt.

Dat is geen eenvoudige constatering. Iedere gemeente heeft een eigen context en er spelen veel factoren mee. Toch denk ik dat we de vraag eerlijk moeten durven stellen: als er jarenlang nauwelijks nieuwe mensen bijkomen, raakt ons dat dan nog?

Uiteindelijk gaat dit niet om volle zalen of om de groei van onze eigen gemeente. Het gaat om de groei van Gods Koninkrijk. Het gaat om mensen die Jezus leren kennen.

Misschien staan veel kerken vandaag opnieuw voor de uitdaging waar de eerste kerk ook voor stond. Durven we ruimte te maken voor nieuwe mensen en voor de vragen die zij meenemen? Durven we opnieuw na te denken over onze taal, gewoontes en manier van gemeente-zijn?

Niet omdat alles anders moet of omdat tradities geen waarde hebben. Maar omdat de kerk nooit bedoeld is als een plek waar we vooral bewaren wat vertrouwd is. De kerk is een gemeenschap die leeft vanuit de missie van Jezus. En als God nieuwe mensen brengt, is misschien de belangrijkste vraag vooral of wij bereid zijn ruimte te maken voor wat God aan het doen is.

Hans Borghuis
www.hans-borghuis.nl

Hans Borghuis is spreker en trainer en onder andere betrokken bij CAMA Zending, een zusterorganisatie van Unie-ABC. 

IJzer smeden als het koud is (over omgaan met pittige weerstand)

"IJzer smeden als het koud is" is een bekende metaforische uitdrukking in de psychologie en opvoedkunde. Het is een omdraaiing van het traditionele spreekwoord en betekent dat je moeilijke situaties niet in het heetst van de strijd moet aanpakken, maar juist op een later moment wanneer de rust is wedergekeerd. Hoe zit dat als je het hebt over conflicten in de gemeente? Hoe ga je daarmee om? Daarover gaat deze laatste bijdrage over samenwerking raad en voorganger.

In deze serie hebben we geschreven over goed samenwerken. Dat begint met investeren in de relatie wanneer iedereen de beste intenties heeft. Ervoor zorgen dat de werkrelatie -zowel qua arbeidsvoorwaarden als qua verwachtingen- helder is. Dat jij en je raad voldoende fris blijven zodat frustraties en irritaties minder kans krijgen. Dit is allemaal besproken in de eerdere artikelen en zou je kunnen vatten onder investeren als het ijzer koud is. Als alles nog goed gaat. Het boekje Vuistregels voor Vredestichters is trouwens ook zo’n preventief middel over goed communiceren. Verkrijgbaar via Unie-ABC.

Maar er komen ook situaties voor dat het er heet aan toe gaat. Soms gaat het communicatief ongelukkig. Zo is bijvoorbeeld e-mail nooit een goed middel als de temperatuur oploopt. Jacobus1:19 is een goed advies: Beste vrienden, onthoud dit goed: wees snel met luisteren, maar traag met spreken, en word niet snel kwaad, want kwaadheid veroorzaakt alleen maar dingen die tegen Gods wil ingaan.

Dit jaar ben ik zelf al betrokken geweest bij 3 situaties (waarvan één binnen Unie-ABC), tussen raad en voorganger, waarbij het niet goed afliep en de voorganger moest vertrekken. Met schade voor gemeente(leden) en vaak nog intenser voor de voorganger. In één geval ging het om een jonge net afgestudeerde voorganger; wat een teleurstelling.
Tijdens de laatste leidersconferentie met als thema “komen, blijven, gaan” werden meerdere verhalen door voorgangers gedeeld die beschadigd waren in ernstige conflictsituaties. Het kan je blijkbaar zomaar gebeuren. En hoe zit het dan met je roeping?

Op dit moment kijken we als Unie-ABC of we optioneel een beter nazorgtraject (debriefing) voor beschadigde voorgangers kunnen bieden via een externe organisatie. Dat is soms hard nodig. Ook denken we na hoe we raadsleden beter kunnen helpen om conflicten niet te laten escaleren. In het gratis boekje Licht op het Raadswerk is er een paragraaf aan gewijd, maar verdere suggesties zijn zeker welkom.

Gelukkig komt het ook voor dat er wél herstel mogelijk is. Soms is daar een regiocoördinator bij betrokken, soms schakelen we mediation in. Vanaf dit jaar heeft Unie-ABC een 3-tal gecertificeerde mediators uit onze gemeenschap beschikbaar die professioneel kunnen helpen. Want mediation is wel echt een vak, hebben we geleerd.

Conflicthantering blijft een onderwerp waar we alert op moeten blijven. Een beetje schuren kan glans opleveren, maar als de vonken er vanaf gaan spatten is het niet ok. Voor de betrokkenen niet en naar ik meen ook niet voor de gemeente (Hebr. 13:17).

Onderschat bij dit alles ook niet de geestelijke dimensie van verdeeldheid die gezaaid kan worden, misschien wel juist in de kerk.
Voor voorgangers én raadsleden mag dit een belangrijke tekst, opdracht en hopelijk ook ervaren waarheid zijn: "Laat de vrede van Christus heersen in uw hart, want daartoe bent u geroepen als de leden van één lichaam.” (Kol 3:15). Laten we (blijven) bidden voor zachte harten en respect en waardering voor elkaars bediening.

Dit is het zesde en laatste in een serie artikelen over samenwerking tussen voorganger en raad, op basis van een eerder Unie-ABC document met praktische “richtlijnen voorgangers”.

Geplande artikelen:
1. De raad wordt je gegeven (over tijdig investeren in de relatie)
2. Hoe is je arbeidsrelatie? (over werknemerschap en zaken goed regelen)
3. In de raadsvergadering (over de positie van de voorganger in de raad)
4. Fris en gezond blijven (over balans en geestelijk voedsel)
5. Not #metoo (over een veilige werkomgeving)
6. In conflict met raad of gemeente (over omgaan met pittige weerstand)

Iets gemist? (ruimte voor aanvullend onderwerp, op basis van vragen uit de Aquilae gemeenschap: mail tips naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Neem God niet mee naar huis

Dood op het aanrecht
Onze middelste dochter van zes vindt nog wel eens wat fleurige aanwinsten in het stadspark, die ze thuis op een vaasje wil zetten. Nog geen uur later ligt de helft van die bloempjes al kapot te gaan in onze keuken. Ook is de verbazing over de schoonheid van die bloemetjes, die onze zesjarige in het park nog kende, thuis totaal verdwenen. Ze moest, na het snel op de vaas plaatsen, weer door met haar drukke bestaan. En die bloemetjes? Door het geplukt te zijn door een grote kleuter veranderde hun leven van een bewonderde schoonheid in een spoedige dood. Een zekere dood, bij ons in een vaasje op het aanrecht.

Deus semper maior
Als gelovigen maken we het wat dit betreft nog wel eens bonter dan mijn onschuldige zesjarige dochter. Ook als gelovigen hebben we meer dan eens iets van Gods schoonheid ontdekt. Wauw! Maar vervolgens nemen we datgene van God graag mee in onze vuistjes, in onze broekzakken, in onze formulieren. Terwijl we wel wéten dat Hij te groot is voor ons, doen we toch pogingen - vaak heel begrijpelijk - om Hem mee te nemen naar ons kleine hoofdje, huisje. We doen zo al snel een claim op God: zó is Hij (en vooral niet anders!). Hij past thuis mooi in ons vaasje. Maar, is de waarchuwing, wat dit betreft: neem God niet mee naar huis!

Er gaat sinds de Middeleeuwen een term rond onder de kinderen van God: Deus semper maior. ‘God is áltijd groter.’ Die term helpt ook vandaag, om weg te blijven bij een bepaald type beperkende gedachten over God die we kunnen hebben. Zoals:

  • In ónze kerk wordt God toevallig het méést recht gedaan.
  • In ónze liederen kan God toevallig het meeste vreugde vinden.
  • In óns soort preken komt God toevallig het meest tot Zijn recht.

Iemand van ongekende schoonheid willen we ‘plukken’ - misschien wel uit een begrijpelijke eerste, verbazende liefde over Zijn schoonheid - maar zodra we Hem opsluiten in óns gebouw of in míjn persoonlijke voorkeuren of traditie is dat het begin van het einde. Een zekere dood van onze aanbidding en eerste liefde. Het siert baptisten wat dat betreft vanouds dat zij weigeren God ‘vast te leggen’ in een soort per definitie onvolmaakte geloofsbelijdenis. Want God is daarvoor áltijd té groot. God is áltijd groter.

Vrijplaatsen
Hoe voorkom je dat je vast blijft zitten aan je eigen beperkte beeld van onze wonderschone altijd-grotere God?

Daar zijn ‘vrijplaatsen’ voor nodig. Die prachtige term komt uit het Oude Testament, waar God een bijzondere maatregel van genade instelt: de ‘vrijsteden.’ Dat waren zes steden die “voor de Israëlieten, voor de vreemdeling en de bijwoner dienden als wijkplaats, zodat ieder daarheen kan vluchten die zonder opzet iemand gedood heeft.” Een plek waar niemand je iets kan maken, dus, waar je veilig bent en tóch verder kunt leven. Kloosters vervulden eeuwenlang die rol, net als het Kamper kerkasiel vandaag.

Zoek God op vakantie
Een vrijplaats is een onaantastbare veilige plek, nodig om genade te laten winnen van het de hardheid van een wet of dogma. Op een onverwachte, diepgaande manier. Vrijplaatsen zijn dus goede plaatsen búiten je eigen bubbel, búiten je eigen kerk of je eigen kerkverband. Op die plekken ben je vrij om te ontdekken dat Gods tóch weer groter is dan jouw gedachten en eigen traditie. Het vraagt om een ‘gelukkige nieuwsgierigheid’ die vraagt aan ándere gelovigen: ‘Vertel me hoe groot ónze God is! Vertel me: wie Hij is voor jou?’

Oefen daar eens mee in de vakantieperiode. Door naar een andere (soort) (lokale) kerk te gaan, thuis of in het buitenland. Zoek de vrijplaatsen nieuwsgierig op en ontdek de genade en herontdek misschien zo ook weer je eerste liefde: ‘Wauw, God! Als U zó bent dat U ook hier wil wonen en werken op weer heel andere manieren! Dan bent U écht altijd groter!’ Halleluja!

P.S. We oefenen met die open vragen naar God en die nieuwsgierige houding als geloofsgemeenschap op D.V. 3 juli tijdens de slotdag van het seminarium, waarbij we afscheid nemen van onze oud-rector Teun van der Leer. Hij vertelt daar verder over de kracht van ‘ontvangende oecumene.’ Onder de titel: ‘Baptist, dat is´t! Oecumene gemist?’ Geef je hier nog op!

Maurits Luth is predikant, regio-coördinator Noord bij Unie-ABC en docent ‘Missie in seculiere context’ aan het Baptisten Seminarium.

Maurits Luth

Turkije: Deeper Life & Mission Perspectives

Begin mei was ik in Turkije voor het internationale theologisch symposium van de CAMA- én aansluitend de Emerald- (regio Europa en Midden Oosten) conferentie. In ons gemeenteblad schreef ik hierover dat het intensief, inspirerend en indrukwekkend was. Veel te veel dus voor een blog. Ik licht er iets uit.

Lees verder